Uitspraak
1.De procedure
- de akte van eisende partij van 9 april 2026.
Rechtbank Amsterdam
Eisende partij, Hogeschool NOVI B.V., vorderde betaling van gedaagde partij op grond van een opleidingsovereenkomst. De kantonrechter stelde bij tussenvonnis vast dat het prijsbeding niet transparant was, omdat onduidelijk bleef over de berekening van de 4% administratiekosten en de totale prijs bij betaling in termijnen.
Eisende partij heeft nadere toelichting gegeven en bewijs overgelegd, maar dit was onvoldoende om het oordeel te wijzigen. De rechter concludeerde dat het prijsbeding meerdere bedragen bevatte zonder duidelijkheid over de grondslag van de 4% en het aantal termijnen, waardoor de totale kosten niet konden worden afgeleid.
Daarnaast was onvoldoende gebleken dat gedaagde vooraf volledig en duidelijk geïnformeerd was over de totale kosten, terwijl eisende partij zich op grond van haar algemene voorwaarden verplichtte tot transparantie. Dit leidde tot een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen partijen en maakte het prijsbeding oneerlijk.
Op grond van de richtlijn oneerlijke bedingen is gedaagde niet gebonden aan het beding, waardoor de overeenkomst vervalt. Het is niet redelijk om alsnog een vergoeding te vorderen, zodat de vorderingen worden afgewezen. Eisende partij wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot aan de zijde van gedaagde.
Uitkomst: De vorderingen van eisende partij worden afgewezen wegens een niet-transparant en oneerlijk prijsbeding, waardoor de overeenkomst vervalt.