ECLI:NL:RBAMS:2026:7406

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
12285219 \ KK EXPL 26-402
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schorsing tenuitvoerlegging ontruimingsvonnis wegens belangenafweging

In deze zaak vordert de bewindvoerder schorsing van de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis totdat op de bodemprocedure of hoger beroep is beslist. De kantonrechter beoordeelt of de uitvoerbaar bij voorraad verklaring in het vonnis van 9 juni 2026 voldoende is gemotiveerd.

Hoewel de uitvoerbaar bij voorraad verklaring niet afzonderlijk is gemotiveerd, is in het vonnis een uitgebreide belangenafweging gemaakt. Hierbij is nadrukkelijk rekening gehouden met de gevolgen van ontruiming voor de huurder, die mogelijk psychische hulp ontvangt en zijn thuisplek moet verlaten. De belangen van de huurder zijn afgewogen tegen het belang van Ymere bij handhaving van haar zerotolerancebeleid tegen drugsproductie.

De kantonrechter oordeelt dat deze belangenafweging als motivering van de uitvoerbaarheid bij voorraad kan worden beschouwd. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden die een afwijking van de eerdere beslissing rechtvaardigen. Ook bij een nieuwe belangenafweging wegen de belangen van Ymere zwaarder vanwege de aanwezigheid van een professionele hennepkwekerij in de woning.

Daarom worden de vorderingen van de bewindvoerder afgewezen en wordt hij veroordeeld in de proceskosten. De ontruiming zal uiterlijk op 7 juli 2026 plaatsvinden.

Uitkomst: De vorderingen tot schorsing van de ontruiming worden afgewezen en de ontruiming zal uiterlijk op 7 juli 2026 plaatsvinden.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12285219 \ KK EXPL 26-402
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 6 juli 2026
in de zaak van
BILANCIO BUDGET B.V.,
gevestigd te Putten,
in diens hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [naam 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: de bewindvoerder/ [naam 1] ,
gemachtigde: mr. M. Yildiz,
tegen
YMERE,
wonende te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Ymere,
gemachtigde: mr. L.C. Strating.
Bij dagvaarding van 24 juni 2026, met producties, heeft de bewindvoerder een voorziening gevorderd.
Op 6 juli 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De zaak is behandeld door mr. B.T. Beuving, kantonrechter, en mr. M.E. Zwart da Silva Palma als griffier. Namens de bewindvoerder is de gemachtigde verschenen. Namens Ymere is [naam 2] verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Ook [naam 1] heeft de zitting bijgewoond. Aan zijn zijde was M. Yildiz als tolk Turks.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

1.De beoordeling

1.1.
Het gaat in deze procedure om de vraag of de tenuitvoerlegging van het vonnis van 9 juni 2026 met zaaknummer 12116781 \ KK EXPL 26-138 (hierna: het vonnis) moet worden geschorst totdat is beslist op de door de bewindvoerder ingestelde bodemprocedure dan wel het mogelijk in te stellen hoger beroep. Daarvoor is van belang of de uitvoerbaar bij voorraad verklaring in het vonnis (afzonderlijk) gemotiveerd is.
1.2.
Hoewel de uitvoerbaar bij voorraad verklaring niet zelfstandig in het vonnis gemotiveerd is, is wel een belangenafweging gemaakt waarin nadrukkelijk aandacht is besteed aan de gevolgen die ontruiming voor [naam 1] zou hebben. Ook is er rekening mee gehouden dat met de beslissing vooruit gelopen werd op een mogelijke bodemprocedure. De belangen van [naam 1] bij behoud van de woning zijn afgezet tegen de belangen van Ymere bij ontruiming. De uitvoerige belangenafweging kan naar het oordeel van de kantonrechter beschouwd worden als een motivering van de uitvoerbaarheid bij voorraad.
1.3.
Aangezien de beslissing over de uitvoerbaarheid bij voorraad in het vonnis (impliciet) is gemotiveerd, moet de bewindvoerder (afgezien van het geval dat deze beslissing berust op een kennelijke misslag) voor haar verzoek nieuwe feiten en omstandigheden aanvoeren. Deze feiten en omstandigheden moeten zich pas na de uitspraak hebben voorgedaan en moeten rechtvaardigen dat van de eerdere beslissing wordt afgeweken. Van zulke nieuwe feiten en omstandigheden (of een kennelijke misslag) is niet gebleken. Daarom moet worden uitgegaan van de beslissingen in het ten uitvoer te leggen vonnis en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen. De kantonrechter komt daarom niet tot een andere beslissing.
1.4.
Ten overvloede wordt nog overwogen dat voor zover toch opnieuw een belangenafweging ten aanzien van de uitvoerbaarheid bij voorraad zou worden gemaakt, die afweging wederom in het voordeel van Ymere uitvalt. Ymere hanteert een zerotolerancebeleid ten aanzien van de productie van drugs in haar woningen en haar belang bij handhaving van dat beleid weegt zwaar. Daarnaast zou het niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren van de ontruiming ertoe leiden dat [naam 1] mogelijk nog meerdere jaren in de woning kan blijven wonen, terwijl er een professionele hennepkwekerij in de woning is gevonden. De gevolgen voor [naam 1] , die zijn thuisplek zal moeten verlaten waar hij soms zijn kinderen ontvangt, zijn groot. Zeker aangezien hij mogelijk psychische hulp krijgt, waarbij een rustige een stabiele omgeving belangrijk is. Maar ook als die belangen worden afgewogen tegen de belangen van Ymere, wegen de belangen van Ymere zwaarder.
1.5.
Dit betekent dat de vorderingen van de bewindvoerder worden afgewezen. Aangezien Ymere heeft aangezegd dat de woning per 7 juli 2026 zal worden ontruimd, zal [naam 1] de woning uiterlijk op die datum moeten verlaten.
1.6.
De bewindvoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Ymere worden begroot op: € 649,-, bestaande uit het salaris van de gemachtigde (€ 577,-) en de nakosten (€ 72,-).

2.De beslissing

De kantonrechter
2.1.
wijst de vorderingen van de bewindvoerder af,
2.2.
veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten van € 649,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de bewindvoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
2.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. B.T. Beuving, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. M.E. Zwart da Silva Palma, griffier, op 6 juli 2026.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.