Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Ibij dit vonnis en geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
bijlage IIbij dit vonnis, wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich op 10 april 2026 in Amsterdam schuldig heeft gemaakt aan een mishandeling van [slachtoffer 1] , een diefstal met geweld van de telefoon van die [slachtoffer 1] en aan het overtreden van een aan hem opgelegd gebiedsverbod. Hiernaast acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 16 maart 2026 in Amsterdam schuldig heeft gemaakt aan een diefstal van een broodje van restaurant [restaurant] , welke werd gevolgd van geweld tegen [slachtoffer 2] om zijn vlucht mogelijk te maken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Plaatsing in inrichting voor stelselmatige daders
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
maatregeltot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (
ISD) voor de duur van
2 (twee) jaren.
gedeeltelijk toeen veroordeelde verdachte tot betaling van een bedrag van
€ 500,- (zegge: vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade d.d. 10 april 2026 tot aan de dag van algehele voldoening. Voormeld bedrag bestaat volledig uit vergoeding van immateriële schade.
niet ontvankelijkis.
€ 500,- (zegge: vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade d.d. 10 april 2026 tot aan de dag van algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kunnen 5 (vijf) dagen gijzeling worden toegepast. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.