ECLI:NL:RBAMS:2026:7442

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
11937673 WM VERZ 25-18894
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 WahvArt. 13a lid 2 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen administratieve sanctie Wahv wegens huurscooter en identificatie huurder

Aan betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) wegens het niet gebruiken van de rijbaan met een bromfiets op 22 augustus 2024.

Betrokkene stelde beroep in tegen deze sanctie, stellende dat de boete verlegd moet worden naar de huurder van het voertuig, die voldoende identificeerbaar is via naam en Nederlands rijbewijsnummer. Verweerder stelde dat een volledig adres noodzakelijk is en dat hij niet verplicht is zelf onderzoek te doen naar de identiteit van de huurder.

De kantonrechter oordeelt dat op grond van jurisprudentie van het hof Arnhem-Leeuwarden de combinatie van naam en Nederlands rijbewijsnummer voldoende is om de huurder te identificeren, mits het voertuig korter dan drie maanden verhuurd is. Dit is in deze zaak het geval, waardoor het beroep gegrond wordt verklaard en de sanctiebeschikking wordt vernietigd.

Daarnaast wordt een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene voor de verrichte proceshandelingen in zowel de administratieve fase als de procedure bij de kantonrechter, totaal €316,75. Het betaalde bedrag wordt gerestitueerd.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de administratieve sanctie wordt vernietigd wegens voldoende identificatie van de huurder.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. E.J. Otten
zaaknummer: 11937673 WM VERZ 25-18894
beslissing van: 17 juli 2026
func.: 58217
Beslissing van de kantonrechter van 17 juli 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:

[betrokkene] B.V.

[vestigingsadres]
verder: betrokkene
Namens wie beroep is ingesteld door:
Appjection B.V.
mr. M. Lagas
verder: gemachtigde
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 18 februari 2025 en is gericht tegen de beslissing van 28 januari 2025 van de
officier van justitie(verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene.

CJIB-nummer: [nummer]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Aan betrokkene is bij beschikking van 4 september 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. De gemachtigde heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft de gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 29 mei 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Namens gemachtigde zijn de heer [naam 1] en de heer [naam 2] ter zitting verschenen.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat met de bromfiets, met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, niet de rijbaan is gebruikt als er geen verplicht fiets/bromfietspad aanwezig is (bord G12a), op 22 augustus 2024 om 16:17 uur op de Amstelveenseweg te Amsterdam.
2. Het beroep is tijdig ingesteld.
3. De gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder – samengevat – aan dat sprake was van verhuur van het voertuig, zodat met artikel 8 Wahv Pro de boete verlegd behoord te worden naar de huurder. Volgens de gemachtigde kan verweerder de huurder identificeren als het unieke rijbewijsnummer is aangeleverd in combinatie met een volledige voor- of achternaam, en/of met een volledig adres. De gemachtigde is ermee bekend dat verweerder de mogelijkheid heeft om via het rijbewijsnummer een persoon op te zoeken in de systemen. Er is volgens de gemachtigde geen goede reden dat verweerder hier niet altijd gebruik van wil maken.
Verder voert de gemachtigde aan dat de naam van de huurder in deze zaak is overgelegd in het administratief beroepschrift. Op verzoek van verweerder is vervolgens een foto van het rijbewijs van de huurder overgelegd. In deze situatie is betrokkene van mening dat de huurder vanaf het begin voldoende identificeerbaar is gemaakt. Aangezien de noodzakelijke identificatiegegevens in de administratieve fase zijn verstrekt, verzoekt de gemachtigde om de volledige proceskostenvergoeding.
4. Verweerder heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat – samengevat – een kentekenhouder kan verzoeken om een sanctie te verleggen. Hiervoor is nodig dat betrokkene een huurcontract overlegt met de volledige voor- en achternaam van de vermeende huurder en een juist en volledig adres. Eventueel aan te vullen met een ander eenvoudig en eenduidig aan te merken stuk of persoonsgegeven dat de huurder kan identificeren, zoals een rijbewijs of een geboortedatum. Uit jurisprudentie van het hof Arnhem-Leeuwarden volgt volgens verweerder namelijk dat er sprake moet zijn van een huurcontract dat op een voldoende wijze een identificeerbare huurder aantoont.
Verweerder voelt zich niet geroepen zelf onderzoek te doen naar de identiteit van de huurder als betrokkene onvoldoende gegevens aanlevert, zoals alleen het rijbewijsnummer. Weliswaar kan verweerder met het rijbewijsnummer de naam- en adresgegevens achterhalen via raadpleging van het BSC. Maar nog afgezien dat dit volgens verweerder in strijd komt met de AVG, is het – kort gezegd – de verantwoordelijkheid van betrokkene als verhuurder om zijn huurder te identificeren. Verder wijst verweerder erop dat hij de gegevens van de huurder niet administratief kan verwerken als de combinatie van postcode en huisnummer niet klopt, omdat het systeem dan een foutmelding geeft waardoor – kort gezegd – de sanctie niet omgezet kan worden op de huurder.
5. Het volgende wordt overwogen.
6. In artikel 8 aanhef Pro en onder b Wahv is – kort gezegd – bepaald dat verweerder de sanctie aan de verhuurder van het motorrijtuig vernietigt en op kan leggen aan de huurder, als uit de voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder was. Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft overwogen dat de strekking van artikel 8 aanhef Pro en onder b Wahv meebrengt dat de huurder voldoende identificeerbaar moet zijn om verweerder in de gelegenheid te stellen de sanctie op te leggen aan de huurder. En dat hieraan wordt voldaan als uit de huurovereenkomst de naam van de huurder en het volledige adres blijkt (ECLI:NL:GHARL:2016:3156). Als geen volledig adres uit de huurovereenkomst blijkt of het adres niet blijkt te horen bij de naam of anderszins niet blijkt te kloppen, geldt dat de naam van de huurder in combinatie met het Nederlands rijbewijsnummer toereikend is. Uit rechtspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden volgt immers dat verweerder hiermee de adresgegevens van de huurder kan achterhalen (o.a. ECLI:NL:GHARL:2022:1626). Dit geldt niet voor houders van een buitenlands rijbewijs, omdat verweerder niet aan de hand van buitenlandse rijbewijzen adresgegevens in het buitenland kan achterhalen. In het geval van een huurder met een buitenlands rijbewijs moeten dus minimaal de naam van de huurder en het volledige adres worden aangeleverd. Als de naam van de huurder in de huurovereenkomst onvolledig is, kan dat hersteld worden met een kopie van het rijbewijs of met andere identificerende gegevens. Een onjuist opgegeven achternaam in de huurovereenkomst, is in beginsel niet te herstellen.
7. In het onderhavige geval blijkt dat het voertuig ten tijde van de gedraging korter dan drie maanden verhuurd was, zodat aan dit vereiste is voldaan. Uit de door gemachtigde overgelegde informatie blijkt verder de naam van de huurder en een Nederlands rijbewijsnummer. Gelet op het voorgaande maakt dit de huurder van het voertuig voldoende identificeerbaar. Het beroep wordt gegrond verklaard.

Proceskostenvergoeding

8. Namens betrokkene is door gemachtigde om een vergoeding van de proceskosten verzocht. Nu de inleidende beschikking wordt vernietigd, wordt een proceskostenvergoeding toegekend.
9. De gegevens op basis waarvan het beroep gegrond wordt verklaard, zijn de naam en het Nederlandse rijbewijsnummer van de huurder, waren reeds in de fase bij verweerder overgelegd. Daarom maakt betrokkene aanspraak op vergoeding van de handelingen verricht in de fase bij verweerder en in de fase bij de kantonrechter.
10. De vergoeding van kosten is in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) forfaitair per proceshandeling vastgelegd. Gemachtigde heeft de volgende vergoedbare proceshandelingen verricht:
- het indienen van een administratief beroep bij verweerder;
- het indienen van beroep bij de kantonrechter; en
- het verschijnen tijdens de zitting van de kantonrechter.
11. Volgens de bijlage bij het Bpb dient aan ieder van deze proceshandelingen 1 punt te worden toegekend. De waarde van 1 punt bedraagt met ingang van 1 januari 2026 in de fase van het bezwaar en administratief beroep € 666,00 en in de fase van het beroep en hoger beroep € 934,00.
12. Gelet op het voorgaande worden er in deze zaak voor de door gemachtigde verrichte proceshandeling in de fase van het administratief beroep 1 punt ad € 666,00 toegekend en voor de verrichte proceshandelingen in de fase van het beroep bij de kantonrechter 2 punten ad € 934,00. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast, en ingevolge art. 13a lid 2 Wahv wordt de proceskostenvergoeding vermenigvuldigd met 0,25. Aldus zal de kantonrechter verweerder veroordelen in de kosten tot een bedrag van:
a. Administratief beroep: € 83,25 (((1x666) x 0,5) x 0,25)
b. Beroep bij de kantonrechter: € 233,50 (((2x934) x 0,5) x 0,25).

Totaal: (€ 83,25 + € 233,50 ) = € 316,75

BESLISSING

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing, alsmede de inleidende beschikking;
  • bepaalt dat het als zekerheid betaalde bedrag aan betrokkene wordt gerestitueerd;
- kent aan betrokkene ten laste van verweerder een kostenvergoeding toe van € 316,75.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u
binnen zes wekenna de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk,
tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.