ECLI:NL:RBAMS:2026:7491
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsconflict en verwijzing naar bevoegde rechtbank in incassozaken
In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van een bedrag van €1.098,58 vermeerderd met rente en kosten van gedaagde. Gedaagde werd op grond van artikel 54 lid 2 Rv Pro bij openbaar exploot gedagvaard voor een rolzitting die vanwege code rood werd afgelast. Omdat gedaagde niet is verschenen en geen schriftelijke reactie heeft gegeven, kon geen verstek worden verleend.
Eiseres stelde dat gedaagde volgens het BRP op een bepaald adres woonde, maar feitelijk niet daar verbleef, waardoor zij de dagvaarding ook aan het parket van het Openbaar Ministerie liet betekenen. De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende feiten heeft gesteld waaruit blijkt dat gedaagde niet op het BRP-adres woont en dat dagvaarding op het BRP-adres de voorkeur verdient boven openbaar exploot.
Omdat het BRP-adres in een andere plaats ligt, is de rechtbank Amsterdam onbevoegd en wordt de zaak verwezen naar de rechtbank Den Haag. Eiseres wordt geadviseerd gedaagde opnieuw te dagvaarden op het BRP-adres en een kopie van het vonnis mee te zenden, met het advies ook per e-mail te betekenen. Bij verwijzing hoeft geen nieuw griffierecht betaald te worden.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Den Haag.