Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Landgericht Aachen, Duitsland, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
Landgericht Aachenvan 13 november 2025
,met referentie: 67 KLs 15/25 (107 Js 212/22).
4.Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
6.Artikel 9 OLW Pro; ne bis in idem
Landgericht Aachenvan 16 januari 2023. Die straf zit de opgeëiste persoon op dit moment uit in Nederland. De feiten, die in het EAB zijn beschreven, zouden gepleegd zijn in de periode van 27 maart 2021 tot 3 januari 2022. De feiten waarvoor hij reeds in Duitsland is veroordeeld zien op de periode tot en met 4 januari 2022, zoals beschreven op de Justitiële Documentatie (strafblad) van de opgeëiste persoon. Het gaat om dezelfde feiten in dezelfde periode.
ne bis in idem.
Landgericht Aachenop 16 januari 2023. Op het strafblad staat onder het kopje ‘Buitenlandse Zaken’ voor deze zaak de pleegperiode
tot en met4 januari 2022 vermeld. Volgens het EAB beslaat de pleegperiode van de feiten waarvoor de overlevering wordt gevraagd de periode van 27 maart 2021 tot en met 3 januari 2022.
op4 januari 2022 zijn gepleegd. De toevoeging “tot en met” in het strafblad berust dus kennelijk op een vergissing. Het EAB ziet op feiten die gepleegd zijn vóór de feiten waarvoor de opgeëiste persoon al is veroordeeld. Dit betekent dat er geen sprake van overlap tussen de feiten die in het EAB worden omschreven en de feiten waarop de Duitse veroordeling betrekking heeft. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat er geen sprake is van overlevering voor dezelfde feiten als bedoeld in artikel 9, tweede lid, sub b onder 4, OLW (
ne bis in idem). De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.
7.Slotsom
8.Toepasselijke wetsartikelen
9.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan het
Landgericht Aachen, Duitsland, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.