ECLI:NL:RBAMS:2026:7676

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
27 juli 2026
Zaaknummer
13-196878-25
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 OLWArt. 8 Kaderbesluit 2002/584/JBZArt. 4 Handvest van de grondrechten van de Europese UnieArt. 11 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor verdere overlevering naar Litouwen ondanks detentieomstandigheden

De rechtbank Amsterdam heeft op 8 juli 2026 een beslissing genomen op een verzoek van het Parket van de procureur des Konings Antwerpen om toestemming te verlenen voor verdere overlevering van een persoon aan Litouwen op grond van artikel 14, tweede lid, aanhef en onder d, van de Overleveringswet (OLW).

Eerder had de rechtbank in december 2024 vastgesteld dat er in Litouwse detentie-instellingen een algemeen reëel gevaar bestaat op onmenselijke of vernederende behandeling, met name door een informele hiërarchie onder gedetineerden die leidt tot geweld en vernedering. Echter, op basis van aanvullende informatie van de Litouwse gevangenisdienst van mei 2026, is gebleken dat er specifieke maatregelen worden genomen om de veiligheid van de overgeleverde persoon te waarborgen. Deze maatregelen omvatten risicobeoordeling, passende celplaatsing, continue monitoring, preventieve interventies en isolatie van problematische gedetineerden.

De rechtbank oordeelt dat deze concrete beschermingsmaatregelen het eerder vastgestelde algemene gevaar voor de overgeleverde persoon wegnemen. Ook wordt benadrukt dat activiteiten en verblijf in gemeenschappelijke ruimtes zodanig worden georganiseerd dat conflicten worden voorkomen. Gezien deze omstandigheden ziet de rechtbank geen beletselen om toestemming te verlenen voor de verdere overlevering.

De beslissing is genomen door de voorzitter en twee rechters van de rechtbank Amsterdam, in aanwezigheid van de griffier. De rechtbank wijst het verzoek toe en verleent toestemming voor verdere overlevering voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.

Uitkomst: De rechtbank verleent toestemming voor verdere overlevering naar Litouwen vanwege adequate beschermingsmaatregelen tegen onmenselijke detentieomstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-196878-25
Datum beslissing: 8 juli 2026
BESLISSING
op de vordering op grond van artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 23 juni 2026, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor verdere overlevering als bedoeld in artikel 14, tweede lid, aanhef en onder d, OLW. Dit verzoek is ingediend door het Parket van de procureur des Konings Antwerpen (België) op 15 juni 2026 en betreft:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats] (Litouwen),
thans gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1.Beoordeling

Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.
Detentieomstandigheden
De rechtbank heeft in een uitspraak van 12 december 2024 vastgesteld dat in alle detentie-instellingen in Litouwen een algemeen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest Pro van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest). [1] Het algemeen gevaar ziet met name op de informele hiërarchie onder gedetineerden (het kastenstelsel) met geweld tegen en een vernederende behandeling van gedetineerden in de lagere kasten tot gevolg.
Bij brief van 5 mei 2026 heeft
the Lithuanian Prison Serviceonder meer de volgende aanvullende informatie verstrekt:
“[..]
With regard to the specific place of detention of [opgeëiste persoon] , we note that, should [opgeëiste persoon] be surrendered to the Republic of Lithuania pursuant to the EAW and should the pre-trial measure – detention on remand – be extended, he would be transferred to Vilnius Prison or Kaunas Prison.
[..]
In all Lithuanian prisons, remand prisoners are assessed with regard to the risk of violence to which they may be exposed or the risk of violence they may pose, and, depending on the identified risk, are classified and accommodated in cells in a manner ensuring their safety. Should [opgeëiste persoon] be surrendered to Lithuania pursuant to the EAW, prior to his placement in a cell, an assessment would be carried out regarding any risk of violence to which he may be exposed, and he would be accommodated in a cell where there would be no risk of violent conflict between him and the other remand prisoners held in that cell. Prison staff continuously monitor the interpersonal climate among remand prisoners and, where a possible risk of violent conflict is identified or information concerning such risk is received, preventive measures are taken to avert violent incidents, including separation of detainees between whom violent conflict may arise, redistribution of detainees among cells or isolation.
Where prison staff observe any signs of violence, including verbal or psychological violence, between remand prisoners or convicted prisoners, they are required to investigate the situation and take measures to prevent violent conduct. The safety of [opgeëiste persoon] outside the cell, i.e. in common areas and exercise yards, would be ensured by officers assigned to the relevant posts monitoring the interpersonal climate among remand prisoners and thereby identifying in a timely manner any potential risk factors for violent conflict and taking measures to prevent such conflict before it arises; by monitoring through CCTV cameras installed in most common areas of the prison; by the liaison officer communicating directly with [opgeëiste persoon] and providing him with the necessary assistance; and by officers monitoring the interpersonal climate through communication with detainees, gathering relevant information concerning incidents and relationships, analysing and assessing such information, and exchanging relevant information with other responsible staff members.
Relevant interviews and consultations are conducted with remand prisoners in order to address issues of importance to them. Preventive interviews may also be conducted, and remand prisoners may be involved in relevant social activities and occupation programmes. Remand prisoners are taken for outdoor exercise together with prisoners from the same cell. [opgeëiste persoon] would be placed in a cell with other remand prisoners only after it has been established that there is no risk of conflict between those prisoners and that they are able to coexist peacefully within the same cell. It should further be noted that activities in prisons are organised according to pre- established schedules, thereby eliminating the possibility for remand prisoners or convicted prisoners between whom there is a potential risk of conflict to meet in common areas and/or activities.
In order to manage violence among prisoners, leaders of the informal prison hierarchy, their associates and other prisoners exerting a negative influence on other detainees are, insofar as possible, held separately from other vulnerable prisoners. Leaders of the informal prison hierarchy are isolated on separate floors and in separate locked cells.
[..]”
Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het vastgestelde algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de overgeleverde persoon in deze zaak is weggenomen. In de aanvullende informatie wordt beschreven waar de overgeleverde persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd en worden concrete maatregelen genoemd die in die detentiecentra worden genomen om de overgeleverde persoon te beschermen tegen de informele hiërarchie onder gedetineerden (het kastenstelsel). Deze maatregelen zien niet alleen op het risico op geweld of een vernederende behandeling van de overgeleverde persoon in zijn cel en tijdens activiteiten, maar ook op dergelijke risico’s tijdens het verblijf van de overgeleverde persoon in de gemeenschappelijke ruimtes. Artikel 11 OLW Pro staat dan ook niet in de weg aan het verlenen van de toestemming voor verdere overlevering.
Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan. De rechtbank ziet overigens geen beletselen voor het verlenen van toestemming voor verdere overlevering.
De rechtbank zal het verzoek toewijzen.

2.Beslissing

De rechtbank:
VERLEENT TOESTEMMINGop grond van artikel 14, tweede lid, aanhef en onder d, OLW voor verdere overlevering van
[opgeëiste persoon]voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 8 juli 2026 door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. M. Scheeper en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. B.C.M. Burger griffier,

Voetnoten

1.Rb. Amsterdam 12 december 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:8240.