Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
CELANESE EUROPE B.V.,
2.
CELANESE CORPORATION,
CELANESE SERVICES GERMANY GMBH,
CLARIANT AG,
5.
CLARIANT INTERNATIONAL AG,
ORBIA ADVANCE CORPORATION, S.A.B. DE C.V.,
VESTOLIT GMBH,
WESTLAKE CORPORATION, (of Westlake Chemical Corporation, zoals de Europese Commissie haar noemt)
WESTLAKE GERMANY GMBH & CO. KG,
WESTLAKE VINNOLIT GMBH & CO. KG,
WESTLAKE VINNOLIT HOLDINGS GMBH,
1.De procedure
confidentiality ring) toegang zou krijgen. Over de Dataroom Damages Calculation zijn tijdens de regiezitting afspraken gemaakt, die zijn vastgelegd in het proces-verbaal. SCE heeft aan de aan gedaagden verbonden personen die tot de
confidentiality ringbehoren toegang gegeven tot een groot aantal bestanden.
confidentiality ringen de (toegang tot de) Dataroom Damages Calculation.
confidentiality ringen de (toegang tot de) Dataroom Damages Calculation.
underchargeten opzichte van de Noordoost-Aziatische markt.
3.De opbouw van dit vonnis
4.De feiten
captive use).
captive usegebruikte – ethyleen en ethyleenderivaten van de Shell Groep aan afnemers in Europa. SCE koopt ook ethyleen in.
reporting agencydie marktinformatie over onder andere de chemische sector verzamelt en publiceert. ICIS stelt de MCP vast op grond van de nominale marktprijs die bepaalde marktdeelnemers (afnemers en leveranciers) vrijwillig aan haar rapporteren. ICIS neemt uitsluitend informatie in aanmerking die afkomstig is van grote leveranciers en afnemers van ethyleen.
initial settlement. Zodra (minimaal) een tweede paar, bestaande uit een andere leverancier en een andere afnemer dezelfde nominale prijs overeenkomen – een zogenoemd
final settlement– en aan ICIS rapporteren (de zogenoemde 2+2-regel), wordt deze prijs (exclusief een korting) de MCP voor de volgende maand die ICIS als zodanig bekend maakt. Het is ook mogelijk dat meerdere leveranciers en/of meerdere afnemers de
initialof
final settlementaangaan. Deelname aan dit zogenoemde
MCP settlement processis vrijwillig; niet alle leveranciers en afnemers van ethyleen nemen daaraan (steeds) deel.
Langetermijncontracten
ad hocafgesproken hoeveelheid ethyleen wordt verhandeld tegen een
ad hocafgesproken prijs. Bij spot-transacties speelt de MCP in beginsel geen rol.
MCP settlement process.
MCP settlement process.
Case AT.40410-Ethylene) heeft de Europese Commissie één enkele en voortdurende inbreuk op artikel 101 lid 1 VWEU Pro [3] vastgesteld door in totaal elf partijen, te weten alle gedaagden (hierna: het EC-besluit). De inbreuk bestond – samengevat – uit bilaterale informatie-uitwisselingen die tot doel hadden het neerwaarts beïnvloeden van de MCP (hierna: de inbreuk). In het EC-besluit is vastgesteld dat de inbreuk heeft plaatsgevonden tussen 26 december 2011 en 29 maart 2017 (hierna: de inbreukperiode). Geografisch gezien omvatte de inbreuk de grondgebieden van België, Frankrijk, Duitsland en Nederland. Alle gedaagden zijn geadresseerden van het EC-besluit. Alle gedaagden hebben uiteindelijk deelname aan de inbreuk erkend.
4. DESCRIPTION OF THE EVENTS
the fixing of a price element, namely the MCP, related to the purchases of ethylenein the Member States of the Union in Belgium, France, Germany and the Netherlands” [onderstreping rechtbank]
8.REMEDIES
5.Het geschil in de hoofdzaak
6.Het geschil in de incidenten tot tussenkomst
7.De beoordeling in de incidenten tot tussenkomst
8.De beoordeling in de hoofdzaak
9.Toepasselijk recht
10.Inleidende opmerkingen
11.Bewijslast
12.De schadevergoedingsvordering van SCE
underchargeten opzichte van de NOA- ethyleenhandelsmarkt.
but-for price/MCPof de
counterfactual MCP) dan zij daadwerkelijk heeft gedaan. Volgens SCE zou de MCP zonder de inbreuk in beide perioden op een (veel) hoger niveau hebben gelegen. SCE heeft daartoe gewezen op het hieronder opgenomen gedeelte van figuur 5 van AP1:
(2) Vergelijking met gegevens van andere geografische markten
(4) Combinatie van vergelijkingen in de tijd en tussen markten
industry expert(hierna: de [naam 1] -verklaring). [16] Wat AP met deze verwijzing beoogt, is de rechtbank niet duidelijk, omdat de inhoud van die paragraaf juist tegen het standpunt van SCE pleit dat alle betrokken markten stabiel en volwassen zijn. Daarin verklaart [naam 1] namelijk dat de Aziatische ethyleenhandelsmarkten opkomend zijn en met een veelvoud van het bruto binnenlands product (bbp) kunnen groeien, terwijl de Europese – waaronder naar de rechtbank begrijpt de NWE – ethyleenhandelsmarkt (“
Evolving markets such as Asia”en “
Mature markets such as Europe”) volwassen is en kan groeien op of onder het bbp. Dit lijkt juist te bevestigen dat de markten qua vraag en aanbod niet vergelijkbaar zijn en hoewel vraag en aanbod wel op elkaar worden afgestemd, kan er niet vanuit worden gegaan dat de winstgevendheid in beide regio’s ook vergelijkbaar is. Immers, de schade van SCE heeft als belangrijkste element de winstgevendheid van haar productie.
ad hocovereengekomen voor specifieke transacties. Spotprijzen worden dagelijks vastgesteld en maken deel uit van de voorwaarden waaronder ethyleen voor onmiddellijke levering wordt verhandeld. Spotprijzen worden voornamelijk beïnvloed door acute omstandigheden, zoals een plotseling overschot aan aanbod of een onverwachte vraag naar ethyleen, waardoor spotprijzen volatieler zijn dan de mede op de MCP gebaseerde prijzen. Ook om die reden acht de rechtbank de prijzen niet vergelijkbaar.
“it’s fair to expect”) uitgesproken dat de MCP in NWE en de spotprijzen in NOA en ZOA vergelijkbare trends zullen vertonen, omdat de naftaprijs op alle betrokken markten een belangrijke kostenfactor is en de vraag naar ethyleenderivaten vergelijkbaar is. Paragraaf 111 van de [naam 1] -verklaring bevat niet meer dan de algemene conclusie van [naam 1] dat het terecht is om de NWE-ethyleenhandelsmarkt te vergelijken met de Aziatische ethyleenhandelsmarkten. Tegenover de gedetailleerde gegevens uit de grafieken van de Rebuttal rapporten van BRG en Compass Lexecon overtuigt dit de rechtbank niet.
supply conditions) sterk verschilden in NWE enerzijds en in NOA en ZOA anderzijds.
Benuttingsgraden van stoomkrakers
operating rate) lag in de NWE-ethyleenhandelsmarkt tot 2015 laag, waarna deze zich herstelde, maar ethyleenproducenten desondanks aanhoudend moeite hadden om gezonde benuttingsgraden aan te houden. De NOA-ethyleenhandelsmarkt kende een volledige capaciteitsbenutting in vrijwel de hele periode tussen 2009 en 2021. Tot 2014 had de NOA-ethyleenhandelsmarkt periodes van ernstige capaciteitsbeperkingen. Daarna werd de capaciteit uitgebreid om te voldoen aan de verwachte groei van de vraag. Ondanks een verdubbeling van de capaciteit bleef een capaciteitstekort bestaan. Vanaf 2016 werd dat tekort gedekt door aanzienlijke importen. Aldus steeds Westlake onder verwijzing naar figuur 5 van het Rebuttal Rapport van BRG:
Gebruikte grondstoffen en productietechnologieën
methanol-to-olefins(hierna: MTO). Deze technologie was duurder, maar omdat de vraag groter was dan het aanbod, waren afnemers niet alleen bereid hogere prijzen te betalen voor ethyleen dat werd geproduceerd met MTO, maar ook voor ethyleen dat tegen lagere kosten – uit nafta – werd geproduceerd. Daarbij komt dat China de politieke keuze maakte haar afhankelijkheid van olie-import te willen verminderen en ten behoeve daarvan MTO-technologie – gebaseerd op (lokale) steenkool – ging promoten. In 2012 werd MTO in NOA de marginale productietechnologie. Sindsdien volgden de prijzen van ethyleen de MTO-kosten en werden deze dus losgekoppeld van de daadwerkelijke kosten, waaronder de kosten van nafta. Aldus steeds Westlake en onder verwijzing naar figuur 3 van het Rebuttal Rapport van BRG:
coal-to-olefins(hierna: CTO), die opkwamen tijdens de inbreukperiode, alleen in China en niet in andere landen in NOA en helemaal niet in ZOA worden toegepast en een zeer klein aandeel van de totale ethyleenproductie vertegenwoordigen, maakt niet dat er geen enkel prijseffect van de marginale productietechnologie uitgaat. Met name verklaart het niets over het bij-effect van ontkoppeling van de daadwerkelijke kosten voor de ethyleen-spotprijzen.
Import van ethyleen
theory of harm), die erop neerkomt dat de inbreuk tijdens de inbreukperiode een cumulatief neerwaarts effect op de MCP heeft gehad en dat dit effect gedurende twee jaar na de inbreukperiode geleidelijk afnam. AP4 bevat een nadere toelichting over de toepassing van de diff-in-diff methode. AP5 bevat een commentaar (een
econometrics rebuttal) op alle door de gedaagden ingebrachte deskundigenrapporten, afgezien van het laatste rapport van BRG (productie 24 van Westlake).
II AP’s theory of harm remains implausible
assumedin AP’s regression specifications. Their choice of regression specifications is not based on facts about the actual functioning of the market and leads to results that are very counterintuitive:
but‑
forMCP does not follow the naphtha price. This contradicts AP’s own statement that the main driver of MCP changes in an undistorted market is the naphtha price.[toevoeging rechtbank, in de hierachter gevoegde voetnoot 3, verwijst BRG naar: paragrafen 9, 17 en 66 van AP3] The actual variation in the MCP is primarily explained by the naphtha price both during and outside the infringement period.
but-forMCP imply a systematic month-by-month lowering of the MCP below the expected MCP. There is no independent evidence that this occurred. Even though there was always some range of proposals for the MCP, this is not an indication that a systematic manipulation of the MCP could not have been detected. To have a systematic effect in every month, settlements would have had to lie systematically around the lowest values of the range of proposals. It is impossible for such systematic behaviour not to have been detected, because it would have implied that MCP forecasts would have been systematically incorrect and consistently have been above the actual MCP.
but-forMCP should be following the naphtha price in the same way during the infringement period as outside the infringement period. The data shows that this is the case for the actual MCP. (…) The naphtha price explains 93% of the variation in the MCP both during and outside the infringement period (…). Had the infringement led to an effectively manipulated MCP as AP claim (
quod non), we would expect to see a significant break in the relationship between the naphtha price and the MCP during the infringement period. The BRG analysis shows that this is not the case. (…)
but-forMCP would have been decoupled from the naphtha price. (…) [18] It would be an extraordinary coincidence if the relationship between the naphtha price and the undistorted MCP observed outside the infringement period would completely disappear precisely during the infringement period.
but‑forMCP is the evolution of ethylene spot prices in Asia. (…) Ethylene spot prices in Asia did indeed decouple from the development of the naphtha price during some part of the infringement and post-infringement period. AP do not explain why the Asian ethylene spot price changes were decoupled from the evolution of the naphtha price, nor why the same should apply in NWE. They simply claim that the MCP should have moved in parallel with the ethylene spot prices in Asia and therefore should have decoupled from the falling naphtha prices in NWE. (…) However, it appears much more plausible that the Asian spot markets worked differently from the process of setting a price index for use in long term contracts as is the case in NWE.
but-forMCP-setting process would have fundamentally changed from the one we observe before and after the infringement period, does not turn the estimated trends into actual infringement effects.”
time trendsis compleet ongerechtvaardigd en het is de enige veroorzaker van het karteleffect dat AlixPartners vindt. Ik zal toelichten waarom. Om dit inzichtelijk te maken en te begrijpen wat er onder de tabellen van AlixPartners (…) ligt, loop ik met u door een aantal grafieken heen - in wezen een kijkje onder de motorkap.
dalendetrend. De dalende trend van de MCP volgt de dalende trend van nafta.
counterfactualMCP zien zoals geschat door het model van AlixPartners. De MCP is wederom de zwarte lijn. De
counterfactualMCP is de gestippelde rode lijn. De eerste
time trenddie AlixPartners introduceert, is de paarse lijn. (…)
time trend(de paarse lijn) loopt omhoog. Dit komt omdat de MCP tussen 2010 en 2012 steeg. Door deze
time trendte introduceren, doet AlixPartners de aanname dat deze trend zich in de jaren daarna zou hebben voortgezet. Oftewel, de stijgende trend
'vertelt'het model dat de MCP door de jaren heen zal stijgen. Het model produceert daardoor
"counterfactual"MCP's die in de loop der tijd stijgen. In werkelijkheid zien we echter dat de MCP juist
daalt,in lijn met de dalende naftaprijzen. De daling van de werkelijke MCP is daarom in lijn met wat je zou verwachten (want in lijn met nafta). In het model van AlixPartners ontstaat echter een kloof tussen de door het model voorspelde prijzen – welke omhoog lopen – en de daadwerkelijke MCP – die juist daalt.
undercharge.Zonder het invoegen van deze
time trendkomt AlixPartners niet tot een statistisch significante
undercharge.
trendechter niet overeen met de werkelijkheid. Daarom had AlixPartners iets anders nodig in het model om de "overvoorspelling" van de paarse lijn te corrigeren en de feitelijke (waargenomen) MCP te benaderen.
vijfde– trend toe te voegen. Dat is de blauwe lijn die over de inbreukperiode getrokken is.
underchargedie AlixPartners "vindt", de wig tussen de algehele paarse positieve trend en de negatieve blauwe trend gedurende de inbreuk. Deze trends verhullen echter het marktbewijs dat de feitelijke MCP in de inbreukperiode niet opwaarts verliep, maar juist neerwaarts - in lijn met de inputkosten nafta.
uitsluitendaanwezig in de vóórperiode. Extrapolatie voorbij die vóórperiode is alleen mogelijk als men corrigeert voor het "doorschieten" in de na-periode. Dit heeft AlixPartners gedaan door simpelweg steeds meer trends toe te voegen (ook wel genoemd: een
slice and dice).
time trendkan worden misbruikt om karteleffecten te fabriceren. Op basis van deze grafieken kunnen we niet anders concluderen dan dat het vijf trend-model van AlixPartners hier een pijnlijk voorbeeld van is.
underchargemeer produceert, en het resultaat van AlixPartners in wezen verdampt. In plaats van een
underchargeschat het model in sommige gevallen dan zelfs een
overcharge. Dit feit alleen toont al aan dat de resultaten
- AP aanneemt dat het geschatte effect van de inbreuk tijdens de inbreukperiode lineair is, terwijl zij niet heeft getest of sprake was van een dergelijke trend, maar deze in haar model heeft ingebouwd,
- deze omstandigheden leiden tot economisch onlogische resultaten en verbanden, zoals de suggestie van AP dat stijgingen in de naftaprijzen in NWE zouden leiden tot een verlaging van de MCP ten opzichte van de spotprijzen in NOA en ZOA (terwijl hogere kosten doorgaans tot hogere prijzen leiden).
theory of harm) van SCE komt erop neer dat de inbreuk tijdens de inbreukperiode een cumulatief neerwaarts effect op de MCP heeft gehad en dat dit effect gedurende twee jaar na de inbreukperiode geleidelijk afnam. Dit effect op de MCP kon gedurende de inbreukperiode onopgemerkt blijven voor zowel SCE als onafhankelijke marktanalisten, omdat gedaagden de MCP maand op maand slechts met kleine stapjes van gemiddeld € 8,27 per ton ethyleen neerwaarts beïnvloedden, wat neerkomt op een gemiddeld maandelijks effect op de MCP van -0,6%. Omdat de MCP van de lopende maand het uitgangspunt vormde voor de onderhandelingen over de MCP van de volgende maand en gedaagden elke maand de MCP bleven beïnvloeden, stapelde dit effect zich op. Aldus steeds SCE.
industry expertsdie zij hebben overgelegd. SCE heeft gewezen op de [naam 1] -verklaring. [20] Gedaagden hebben gewezen op een verklaring van [naam 2] . [21] [naam 2] was tijdens de inbreukperiode verbonden aan ICIS en verantwoordelijk voor de maandelijkse vaststelling van de MCP. [naam 1] heeft verklaard dat hij aannemelijk acht dat gedaagden, doordat ze als groep optraden in plaats van als vier afzonderlijke onderhandelende bedrijven, erin geslaagd zijn om de schikkingen in gezamenlijk voordeel te beïnvloeden. [naam 2] heeft verklaard dat zij tijdens de inbreukperiode niets vreemds heeft gemerkt op basis van de aan haar bekende marktomstandigheden. De rechtbank acht het evenwel niet nodig om beide verklaringen nader te onderzoeken omdat het in beide gevallen gaat om persoonlijke inschattingen ‘van buitenaf’, aangezien zij niet bij de onderhandelingen over de totstandkoming van settlements betrokken zijn geweest en dus niet uit eigen wetenschap kunnen verklaren over het al dan niet effectief zijn van de inbreuk.
captive use) en verkoopt – via SCE – alleen het restant daarvan op de NWE ethyleenhandelsmarkt.
cracker margins), tarieven voor de transport van ethyleen via het ARG+Netwerk, prijsprognoses, spotprijzen en informatie over marktoutput.
gestegenten opzichte van de naftaprijs (de voornaamste kostenfactor). Dit verschil tussen de MCP en de naftaprijs in het voordeel van de ethyleenleveranciers is vervolgens blijven voortbestaan. Eenzelfde trend is zichtbaar wanneer de ontwikkeling van de MCP wordt vergeleken met de prijs van ruwe olie. De MCP daalt aanzienlijk minder dan deze kostenfactor. Dat wijst er ook op dat de marge van de ethyleenleveranciers in de inbreukperiode blijvend is gestegen.
reporting agencies). Zij publiceren maandelijks marktanalyses waarin wordt gerapporteerd over de belangrijkste marktontwikkelingen. Deze rapportages omvatten ook prijsprognoses, waarin de verwachte bewegingen van de MCP worden voorspeld. De onderhandelingen over de MCP vinden doorgaans plaats na publicatie van de prijsprognoses door de marktanalisten in de laatste dagen van de voorafgaande maand.
reporting agency) voorspelde MCP’s tijdens en na de inbreukperiode grotendeels samenvielen met de daadwerkelijk overeengekomen MCP’s. Gedaagden hebben daartoe gewezen op de hieronder opgenomen figuur 7 van het Effecten Rapport van Compass Lexecon: [22]
Deze aanname is ook in strijd met wat over de NWE-ethyleenmarkt bekend is. Niet in geschil is dat de naftaprijs en vraag en aanbodfactoren de meest bepalende factoren waren voor de ethyleenprijs. Die waren elk van de marktdeelnemers – maar zeker ook de ethyleenleveranciers – bekend. Dan is niet aannemelijk dat toch door de samenwerking van enkele afnemers, die samen bovendien slechts 14,6% van de afname vertegenwoordigden, een invloed op de MCP zou zijn uitgegaan die ertoe zou hebben geleid dat de MCP steeds meer afweek van wat een marktconforme prijs had moeten zijn op grond van de meest bepalende factoren – de naftaprijs en vraag en aanbod – en dat dit bovendien onopgemerkt zou zijn gebleven. Verder is het settlement-proces gebaseerd op consensus over de prijs, wat er voor zorgt dat steeds een MCP tot stand kwam die voor ten minste twee aanbieders acceptabel was. Dat leveranciers die over voldoende informatie beschikten om te kunnen beoordelen wat een marktconforme prijs zou zijn structureel zouden hebben ingestemd met een lagere prijs dan marktconform zou zijn, acht de rechtbank – anders dan SCE – onaannemelijk.
MCP settlement process(zie 4.22 tot en met 4.24) op gewezen dat gedaagden in de inbreukperiode zeer regelmatig betrokken waren bij de totstandkoming van de MCP, omdat zij i) in 95% van de maanden bij één
settling pairbetrokken waren, ii) in 67% van de maanden bij meer dan één
settling pairbetrokken waren en iii) gezien over alle
settlementszij bij 62% daarvan betrokken waren. Voor zover SCE bedoelt te betogen dat deze mate van betrokkenheid van gedaagden bij het
MCP settlement processin de inbreukperiode erop wijst dat zij de MCP neerwaarts hebben beïnvloed, wordt zij daarin niet gevolgd. Gedaagden hebben namelijk terecht toegelicht dat het enkele feit dat zij in de inbreukperiode regelmatig betrokken waren bij het
MCP settlement processop zichzelf nog niets zegt over de vraag of zij daadwerkelijk de MCP neerwaarts hebben beïnvloed.
aan de hand vande MCP van de lopende maand. Partijen deden over een weer voorstellen aan elkaar voor de MCP van de volgende maand waarbij zij bedragen voorstelden – van vaak enkele tientallen euro’s – die volgens hen moesten worden opgeteld of afgetrokken van de MCP van de lopende maand. Uit de door Celanese overgelegde verticale correspondentie blijkt ook dat zij die voorstellen baseerden op de marktomstandigheden, zoals de ontwikkeling van de naftaprijs en vraag- en aanbodfactoren, en dat de MCP van de voorafgaande maand niet als een element dat op zichzelf een intrinsieke waarde vertegenwoordigt, werd beschouwd. Bij deze stand van zaken valt – anders dan SCE doet voorkomen – niet in te zien dat de MCP van de lopende maand een zelfstandige factor is die bepalend is voor de uitkomst van de onderhandelingen over de MCP van de volgende maand.
13.Conclusie
14.Ten overvloede: het immuniteitsverweer van Westlake
15.De proceskosten en de daarover gevorderde rente
€ 189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
€ 189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
€ 189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
€ 18.524,00(4,0 punten x tarief VIII: € 4.631,00)