Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
hierna: [bedrijf 1]) [bedrijf 2] B.V. (
hierna: [bedrijf 2]) en [bedrijf 3] B.V. (
hierna: [bedrijf 3]), terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven, in de periode van 30 januari 2019 tot en met 18 december 2020 in Rotterdam/Amsterdam/Apeldoorn;
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Procesafspraken
bijlage IIaan dit vonnis gehecht en gelden als hier ingevoegd.
- een taakstraf van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis;
- een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van 3 jaren, onder de bijzondere voorwaarden dat (1) de verdachte zich zal melden bij Reclassering Nederland, (2) de verdachte een ambulante behandeling (bestaande uit een behandeling gericht op zijn alcoholgebruik en gokverslaving) zal ondergaan, en (3) de verdachte medewerking zal verlenen aan schuldhulpverlening
- ontzetting van het recht tot het bekleden van de functie van bestuurder van een rechtspersoon voor de duur van 3 jaren;
4.Waardering van het bewijs
5.De bewezenverklaring
- het 3e kwartaal en/of het 4e kwartaal van het jaar 2019, en
- het 1e kwartaal en/of het 2e kwartaal van het jaar 2020,
onjuist heeft gedaan, door op de ingediende aangiften een onjuist bedrag aan verschuldigde omzetbelasting en voor aftrek in aanmerking komende omzetbelasting op te geven,
terwijl die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting wordt geheven;
de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften voor de omzetbelasting over:
ten name van [bedrijf 1] B.V.
- het 4e kwartaal van het jaar 2018, en
- het 1e kwartaal en het 2e kwartaal en het 3e kwartaal en het 4e kwartaal van het jaar 2019, en
ten name van [bedrijf 2] B.V.
- het 4e kwartaal van het jaar 2019, en
- het 1e kwartaal van het jaar 2020, en
ten name van [bedrijf 3] B.V.
- het 2e kwartaal en het 3e kwartaal en het 4e van het jaar 2020
onjuist hebben gedaan, door op de ingediende aangiften een onjuist bedrag aan verschuldigde omzetbelasting en voor aftrek in aanmerking komende omzetbelasting op te geven,
terwijl die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting wordt geheven,
aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;
- 2018 (gebroken boekjaar 20/09/2018 — 31/12/2019),
niet heeft gedaan,
terwijl dat feit ertoe strekte dat te weinig belasting wordt geheven;
aan welke bovenomschreven verboden gedragingverdachte feitelijke leiding heeft gegeven;
- 2019 (gebroken boekjaar: 17/10/2019 — 08/03/2020) ten name van [bedrijf 2] B.V., en
- 2020 (gebroken boekjaar: 27/05/2020 — 05/11/2020) ten name van [bedrijf 3] B.V.,
onjuist hebben gedaan door op de ingediende aangiften een onjuist belastbaar bedrag op te geven,
terwijl die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting wordt geheven,
aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;
Ten aanzien van feit 5:[bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 3] B.V. en [bedrijf 2] B.V. in de periode van 20 september 2018 tot en met 30 mei 2024 in Rotterdam en Amsterdam, als degenen die ingevolge de belastingwet verplicht waren tot het voeren van een administratie, overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, telkens opzettelijk een zodanige administratie niet hebben gevoerd, door
- geen bankboek bij te houden, en
- geen kasboek bij te houden, en
- geen crediteuren- en debiteurenlijsten bij te houden, en
- geen jaarstukken (balans en resultatenrekening) op te maken,
waardoor niet te allen tijde de rechten en verplichtingen van de belastingplichtige en andere voor de heffing van belasting zijnde gegevens kunnen worden gekend,
terwijl die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting wordt geheven,
aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.De straf
- Een taakstraf van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis;
- een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met een proeftijd van 3 jaren, met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, en;
- een ontzetting van het recht tot uitoefening van het beroep van bestuurder van een rechtspersoon voor de duur van 3 jaren.
9.De toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van
120 (honderdtwintig) dagen.
gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden.
3 (drie) jarenvast.
- Meldplicht bij reclasseringveroordeelde zich meldt binnen 5 werkdagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Inforsa Amsterdam op het adres [adres 2] . Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
- Ambulante behandelingveroordeelde zich laat behandelen door de Forensisch Ambulante Zorg (FAZ) van Inforsa of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zodra betrokkene is geaccepteerd door de zorgverlener. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;
- Meewerken aan schuldhulpverleningveroordeelde werkt, indien nodig, mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Betrokkene geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
3 (drie) jaren.
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]
[..]