4.1Inleiding
De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen in paragraaf 6 van de tussenuitspraak van 11 december 2025.De overwegingen in deze paragraaf worden hier eveneens als herhaald en ingelast beschouwd.
In het bijzonder brengt de rechtbank in herinnering dat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen dat de Franse autoriteiten in de aanvullende informatie van 13 oktober 2025 en 3 november 2025 hebben aangegeven dat de opgeëiste persoon ‘
most likely’in Rennes-Vezin zal worden gedetineerd en dat niet kan worden gegarandeerd dat de opgeëiste persoon een persoonlijke leefruimte van minimaal drie m2 in een meerpersoonscel tot zijn beschikking zal hebben. De rechtbank heeft voorts, onder verwijzing van de zaak
Dorobantu, overwogen dat in dat geval sprake is van een sterk vermoeden van schending van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en dat dit sterke vermoeden normaliter alleen kan worden weerlegd als voldaan is aan de volgende cumulatieve eisen:
de persoonlijke ruimte enkel voor korte tijd, bij gelegenheid en in geringe mate wordt gereduceerd ten opzichte van de vereiste minimale drie m2;
hierbij voldoende bewegingsvrijheid buiten de cel wordt geboden en buiten de cel passende activiteiten worden aangeboden; en
in de inrichting in het algemeen sprake is van decente detentieomstandigheden en de betrokkene niet wordt onderworpen aan andere elementen die worden beschouwd als verzwarende omstandigheden voor slechte detentieomstandigheden.
De Franse autoriteiten hebben in de aanvullende informatie van 24 november 2025 aangegeven dat aan de eerste voorwaarde wordt voldaan en dat dit in overeenstemming met de rechtspraak van het Europees Hof van de Rechten van de Mens zal zijn. De rechtbank heeft op 11 december geoordeeld dat deze informatie te algemeen is geformuleerd om concreet te kunnen vaststellen dat de persoonlijke ruimte inderdaad enkel voor korte tijd, bij gelegenheid en in geringe mate wordt gereduceerd ten opzichte van de vereiste minimale drie m2. De rechtbank zag daarom aanleiding het onderzoek te heropenen en te schorsen om via de officier van justitie aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te vragen een concrete, feitelijke invulling te geven aan de begrippen: een korte tijd, bij gelegenheid en in geringe mate.
In een mailbericht van 12 december 2025 heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) van het openbaar ministerie, onder verwijzing naar de tussenuitspraak, de volgende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit gesteld:
“1. How often do reductions in the required minimum person space of 3sq m occur? And in what case do these reductions occur?
2. If such reductions happen, for how long do they typically last?
3. How significant are these reductions in personal space? Specifically, by how much is personal space reduced when such a reduction occurs? (…)”
The Magistrate of the Office for international mutual assistance in criminal matters of the French Ministry of Justiceheeft per e-mailbericht van 18 december 2025 – voor zover relevant – de volgende aanvullende informatie verstrekt:
“(…) All the details that the French authorities are able to provide you (…) have been provided in the two letters of guarantee that we sent you. We are unable to make any commitments on matters beyond our control, given the changes in occupancy rates at the prison concerned (…).
Indeed, due to the methodological difference in calculating cell size and personal space available to each prisoner (…) it is not possible for the French authorities to provide the guarantees requested regarding the minimum space available to prisoners when they are handed over to the French judicial authorities. (…)
We refer to the developments in our two previous response letters dated October 13 and 30, 2025, which clearly and in detail establish that Mr. [de opgeëiste persoon] will have access, if he so wishes, to cultural and sports activities, visiting times in a dedicated space, outdoor walking times, and the necessary care to address any potential health issues, all of which ensure that any potentially reduced personal space would only be temporary and occasional.”