AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Ontslag op staande voet wegens onjuiste informatie over arbeidsongeschiktheid bevestigd
Werknemer [verzoeker] was sinds eind 2018 in dienst bij Exolum Amsterdam B.V. en meldde zich ziek na een val tijdens werk in oktober 2024. Ondanks zijn ziekmelding verrichtte hij kortdurend werkzaamheden voor een andere werkgever en gaf hij tegenstrijdige informatie over zijn belastbaarheid aan zijn werkgever en de bedrijfsarts.
Exolum schakelde een onderzoeksbureau in dat vaststelde dat werknemer in juli 2025 zonder zichtbare beperkingen auto reed en zware tassen droeg, terwijl hij aan de werkgever had gemeld volledig arbeidsongeschikt te zijn en niet in staat een huisbezoek te ontvangen. Werknemer gaf geen plausibele verklaring voor deze tegenstrijdigheden.
De werkgever sprak daarop op 30 juli 2025 ontslag op staande voet uit wegens het schenden van de verplichting tot openheid over zijn belastbaarheid. Werknemer betwistte het ontslag en verzocht om vernietiging, stellende dat hij door chronische pijn en medicatie niet in staat was tot de geconstateerde handelingen.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag terecht was gegeven omdat het vertrouwen ernstig was geschaad en het ontslag onverwijld was meegedeeld. Wel werd een transitievergoeding toegekend van €12.202,10 bruto vanwege de langdurige arbeidsongeschiktheid en de duur van het dienstverband. De overige vorderingen van werknemer werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Ontslag op staande voet is rechtsgeldig; transitievergoeding van €12.202,10 bruto wordt toegekend.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 11854872 EA VERZ 25-979
beschikking van: 8 januari 2026
func.: 94
beschikking van de kantonrechter
I n z a k e
[verzoeker]
wonende te [woonplaats]
verzoeker
nader te noemen: [verzoeker]
gemachtigde: mr. M. Jansen (Blesk Legal)
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Exolum Amsterdam B.V.
gevestigd te Amsterdam
verweerster
nader te noemen: Exolum
gemachtigde: mr. D.G. Velduizen
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
[verzoeker] heeft op 29 oktober 2025 een verzoek met producties ingediend dat primair, kort gezegd, strekt tot vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Exolum, met nevenverzoeken.
[verzoeker] heeft ook een verzoek gedaan om op grond van artikel 223 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een voorlopige voorziening te treffen.
Exolum heeft een verweerschrift met producties ingediend.
Voorafgaand aan de zitting hebben partijen nog nadere stukken ingediend en heeft [verzoeker] zijn verzoek gewijzigd.
Het gewijzigde verzoek is mondeling behandeld op 6 november 2025. [verzoeker] is verschenen, vergezeld door zijn gemachtigde. Namens Exolum is verschenen [naam 1] ( [functie 1] ) en [naam 2] ( [functie 2] ) vergezeld door de gemachtigde en [naam 3] . Partijen hebben hun standpunten mede aan de hand van een pleitnota toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.
De zaak is vervolgens aangehouden teneinde partijen in de gelegenheid te stellen een minnelijke regeling te treffen. Partijen hebben daarna meegedeeld dat dat niet is gelukt en om een beschikking gevraagd.
Feiten
1.1.
[verzoeker] , geboren op 4 februari 1976, was sinds eind 2018 op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst en vanaf 1 juni 2020 op basis van een overeenkomst voor onbepaalde tijd voor 36 uur per week in dienst van Exolum als [functie 3] . In deze functie was [verzoeker] met name verantwoordelijk voor het laden en lossen van zeeschepen. [verzoeker] werkte in ploegendienst en had onregelmatige werktijden.
1.2.
Het jaarsalaris bedroeg ongeveer € 63.932,31 bruto per jaar, exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten.
1.3.
[verzoeker] verrichtte naast hiervoor genoemde werkzaamheden, met toestemming van Exolum, als zzp-er soortgelijke operatorwerkzaamheden bij andere bedrijven.
1.4.
Op 9 oktober 2024 is [verzoeker] tijdens zijn werkzaamheden op een platform van Exolum op zijn knie gevallen. Hij heeft zijn werk voortgezet, maar heeft zich op 16 en 17 oktober 2024 alsnog ziekgemeld. Daarna heeft hij weer gewerkt, waarna hij zich op 13 november 2024 opnieuw heeft ziekgemeld. [verzoeker] is tot op heden arbeidsongeschikt.
1.5.
[verzoeker] heeft vanaf 22 november 2024 de bedrijfsarts bezocht.
1.6.
Op 29 januari 2025 hebben partijen een plan van aanpak opgesteld teneinde [verzoeker] zijn eigen functie te kunnen laten hervatten.
1.7.
De bedrijfsarts heeft in de periode januari – april 2025 geoordeeld dat [verzoeker] volledig arbeidsongeschikt was voor het uitoefenen van (re-integratie) werkzaamheden. In de “Probleemanalyse en advies” van ArboNed van 6 januari 2025 staat onder meer het volgende: Meneer [verzoeker] heeft de volgende beperkingen:buigen, frequent buigen tijdens het werk, duwen/trekken, tillen/dragen, frequent zware lasten hanteren tijdens het werk, lopen tijdens het werk, trappenlopen, klimmen, knielen/hurken, staan tijdens het werk, geknield of gehurkt actief zijn.Tevens is meneer [verzoeker] op dit moment beperkt voor zelf autorijden en reizen met het openbaar vervoer.In de daarop volgende evaluaties van de bedrijfsarts staat dat hij de eerdergenoemde klachten en beperkingen nog steeds heeft. Het plan van aanpak bestaat uit sociaal contact houden, bijvoorbeeld op wekelijkse basis.
1.8.
Op 17 april 2025 heeft [naam 2] samen met [naam 4] , [functie 4] bij Exolum, [verzoeker] thuis bezocht.
1.9.
De rechtsbijstandverlener Arag heeft namens [verzoeker] Exolum onder meer bij brief van 26 mei 2025 aansprakelijk gesteld voor de schade van het bedrijfsongeval op 9 oktober 2024.
1.10.
Begin juni 2025 heeft Exolum vernomen dat [verzoeker] op diverse momenten voor en na het bedrijfsongeval (onder meer op 16 en 17 oktober 2024) operatorwerkzaamheden had verricht bij een ander bedrijf terwijl hij zich ziek had gemeld bij Exolum.
1.11.
Exolum heeft daarop [bedrijf] ingeschakeld om vast te stellen welke activiteiten [verzoeker] ondernam tijdens zijn arbeidsongeschiktheid.
1.12.
Op 12 juni 2025 heeft de bedrijfsarts geconstateerd dat er een lichte verbetering van de klachten is en dat verwacht werd dat [verzoeker] op een niet al te lange termijn kon starten met re-integratie.
1.13.
Op 14 juli 2025 heeft [naam 2] telefonisch contact met [verzoeker] opgenomen om de mogelijkheden van re-integratie te bespreken. [verzoeker] heeft toen te kennen gegeven dat zijn situatie niet is verbeterd en dat hij volledig rust moet houden, niet kon afspreken en niet kon auto rijden.
1.14.
Op 23 juli 2025 heeft [naam 2] per whatsapp contact gezocht met [verzoeker] en gevraagd of hij een bezoek van haar kon waarderen. Hij heeft daarop gereageerd dat de situatie niet was verbeterd en een bezoek te intensief was voor hem, maar dat hij wel telefonisch wilde bij praten. Daarop heeft [naam 2] nogmaals gevraagd of ze niet even langs kon komen.
1.15.
Op 24 juli 2025 om 11.25 uur heeft [verzoeker] [naam 2] gebeld en gezegd dat hij vanwege de pijn in zijn heup niet in staat was om met haar in gesprek te gaan.
1.16.
Diezelfde dag heeft Exolum het rapport van [bedrijf] ontvangen. Uit het onderzoek was onder meer gebleken dat [verzoeker] op 4 juli 2025 meerdere keren in een zwarte Peugeot heeft gereden en met een grote boodschappentas vanuit de auto naar zijn woning is gelopen en op 18 juli 2025 met een zwarte rugzak zonder afwijkend loopgedrag naar dezelfde auto is gelopen en ook met deze auto heeft gereden.
1.17.
[naam 2] is op 24 juli 2025 bij de vader van [verzoeker] langsgegaan, waar [verzoeker] al langere tijd verbleef. Daar werd niet opengedaan.
1.18.
Bij e-mail van 24 juli 2025 heeft Exolum [verzoeker] van haar bevindingen op de hoogte gebracht, het voornemen tot ontslag op staande voet aangekondigd en verzocht daarop uiterlijk 28 juli 2025 te reageren.
1.19.
De gemachtigde van [verzoeker] heeft daar op 27 juli 2025 op gereageerd en zich verzet tegen het aangekondigde ontslag maar geen uitleg gegeven over de geconstateerde feiten.
1.20.
Exolum heeft [verzoeker] vervolgens bij brief van 30 juli 2025 op staande voet ontslagen. In de brief is onder meer vermeld:
“(…)Dringende reden
Jij hebt je met jouw gedragingen schuldig gemaakt aan het structureel schetsen van een onjuist beeld ter zake jouw belastbaarheid. Je hebt meerdere malen gezegd dat je thuis absolute rust zou moeten houden vanwege jouw knie, dat je geen auto zou kunnen rijden en dat je zelfs niet eens in staat zou zijn een gesprek met ons te voeren. Uit de door [bedrijf] gedane observaties volgt echter een volledig ander beeld.
Op basis hiervan en het feit dat u in jouw eerdere reactie de beelden/observaties zoals opgenomen in het [bedrijf] rapport niet ontkent en evenmin een verklaring daarvoor aanvoert die wél strookt met jouw eerdere beweringen en uitlatingen, kunnen wij niet anders dan constateren dat je ons bewust een verkeerd beeld hebt gegeven van jouw belastbaarheid. Hiermee heb je niet alleen de op jou rustende (wettelijke) verplichtingen als zieke werknemer ernstig verzaakt, maar ook jouw verplichtingen te handelen als goed werknemer.
De bovengenoemde redenen gelden, ieder voor zich, althans in onderlinge samenhang bezien, als een dringende reden (…). Wij hebben bezien of jouw persoonlijke omstandigheden tot een andere afweging (zouden) moeten leiden , maar dit is niet het geval. Je bent nog relatief jong (nog geen 50), hebt een dienstverband gehad van nog geen 7 jaar en hebt gelet op jouw opleiding, ervaring en achtergrond in samenhang met diverse openstaande vacatures voor een vergelijkbare positie in onze branche geen slechte positie op de arbeidsmarkt. Afgezet tegen de aard en ernst van de dringende reden, komen wij tot de slotsom dat een onmiddellijke beëindiging van het dienstverband gerechtvaardigd is. (…)”
Verzoek
2. [verzoeker] heeft zijn verzoeken gewijzigd en verzoekt thans: een voorlopige voorziening te treffen als bedoeld in artikel 223 RvPro, waarin Exolum tot betaling wordt veroordeeld aan [verzoeker] van:
het (achterstallige) salaris vanaf januari 2025 inclusief alle emolumenten tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen is geëindigd,
het achterstallige salaris vanaf januari 2025 tot en met juli 2025, vastgesteld op een eenmalig netto-bedrag van € 3.046,00 en
het salaris vanaf augustus 2025 tot en met einde dienstverband, waarbij het periodieke netto-maandsalaris zal worden bepaald op een bedrag van € 4.109,75, met uitzondering van telkens de maanden april en mei, van welke maanden het netto salaris achtereenvolgens zal worden bepaald op € 5.429,00 en € 6.451,00;
Verder verzoekt [verzoeker] primair:
te verklaren voor recht dat Exolum in strijd met artikel 7:671 vanPro het Burgerlijk Wetboek (BW) de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en/of [verzoeker] heeft ontslagen op staande voet;
vernietiging van het ontslag op staande v oet;
te verklaren voor recht dat werkgever in strijd heeft gehandeld met goed werkgeverschap conform het arbeidsrecht waaronder artikel 7:611 BWPro;
te verklaren voor recht dat Exolum ernstig verwijtbaar heeft gehandeld;
de arbeidsovereenkomst op verzoek van [verzoeker] ex artikel 7:67lc BW alsnog te beëindigen met ingang van 1 maart 2026;
Exolum te veroordelen tot betaling van hetgeen bij voorlopige voorziening is gevorderd maar met een wettelijke verhoging van 30% op grond van artikel 7:625 BWPro;
Exolum te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding ad € 25.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf een maand na de einddatum van de arbeidsovereenkomst tot de dag van betaling;
Exolum te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding ad € 194.370,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de uitspraakdatum van de beschikking tot de dag van betaling;
Exolum te veroordelen tot het verstrekken van deugdelijke bruto/netto specificaties over de periode januari 2025 tot en met heden binnen 14 dagen na betekening van de beschikking, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag of gedeelte daarvan dat Exolum in gebreke blijft het voornoemde te voldoen, met een maximum van € 15.000,00;
Exolum te veroordelen tot het verstrekken van de rapportage van de arbeidsinspectie, als werkgever bij die instantie een melding heeft gemaakt van het bedrijfsongeval, de Rl&E rapportage als deze is opgesteld door Exolum, de ongevalsrapportage, als deze is opgesteld door Exolum, de naam en contactgegevens van verzekeringsmaatschappij waar Exolum een aansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten inclusief polisnummer, als Exolum deze verzekering heeft afgesloten, in relatie tot het bedrijfsongeval op 9 oktober 2024 waarbij [verzoeker] ongelukkig ten val is gekomen, en wel binnen 14 dagen na betekening van deze beschikking, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte daarvan dat Exolum in gebreke blijft het voornoemde te voldoen met een maximum van € 150.000,00;
Exolum te veroordelen in de kosten van de procedure;
de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Subsidiairverzoekt [verzoeker] in geval van een situatie als bedoeld in artikel 7:686a, lid 7 BW, wanneer het verzoek om een vergoeding wordt ingetrokken door of namens werknemer:
a. a) te verklaren voor recht dat Exolum in strijd met het (arbeids)recht, meer in het bijzonder artikel 7:671 BWPro de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en/of
[verzoeker] heeft ontslagen op staande voet;
b) daarnaast op verzoek van [verzoeker] het ontslagbesluit van Exolum zal vernietigen;
c) te verklaren voor recht dat Exolum in strijd heeft gehandeld met goed werkgeverschap conform het arbeidsrecht waaronder ex artikel 7:611 BWPro;
d) te verklaren voor recht dat Exolum ernstig verwijtbaar heeft gehandeld;
e) het ontslag op staande voet van 30 juli 2025 te vernietigen;
f) herstel dienstverband vast te stellen en [verzoeker] weder te werk te stellen, en/of zolang [verzoeker] ziek is Exolum te verplichten mee te werken aan de re-integratie van [verzoeker] , waaronder de inzet van de arbodienst en arbo-arts;
g) Exolum te veroordelen tot betaling van hetgeen bij voorlopige voorziening is gevorderd maar met een wettelijke verhoging van 30% op grond van artikel 7:625 BW;
h) Exolum te veroordelen tot het verstrekken van deugdelijke bruto/netto specificaties over de periode januari 2025 tot en met heden binnen 14 dagen na betekening van de beschikking, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag of gedeelte daarvan dat Exolum in gebreke blijft het voornoemde te voldoen, met een maximum van € 15.000,00;
i. i) Exolum te veroordelen tot het verstrekken van de rapportage van de arbeidsinspectie als Exolum bij die instantie een melding heeft gemaakt van het bedrijfsongeval, de RI&E rapportage als deze is opgesteld door Exolum, de ongevalsrapportage als deze is opgesteld door Exolum, de naam en contactgegevens van verzekeringsmaatschappij waar Exolum een aansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten inclusief polisnummer als Exolum deze verzekering heeft afgesloten, in relatie tot het bedrijfsongeval op 9 oktober 2024 waarbij [verzoeker] ongelukkig ten val is gekomen, en wel binnen 14 dagen na betekening van deze beschikking, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte daarvan dat Exolum in gebreke blijft het voornoemde te voldoen met een maximum van € 150.000,00;
j) Exolum te veroordelen in de kosten van de procedure;
k) de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3. [verzoeker] verzoekt primair vernietiging van het ontslag op staande voet. Aan dit verzoek legt [verzoeker] ten grondslag – kort weergegeven – dat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet en dat het ontslag ook niet onverwijld is gegeven.
4. [verzoeker] heeft ter onderbouwing hiervan het volgende gesteld. Vanaf het ongeval is het sterk bergafwaarts gegaan met zijn gezondheid. Door onhoudbare en aanhoudende pijn is hij niet in staat zijn werk te verrichten, ook niet als zzp-er. Het niet kunnen werken en de pijn hebben een grote negatieve invloed op zijn geestelijke gezondheid. Er is vooralsnog geen uitzicht op verbetering. Hij staat structureel onder medische behandeling van onder andere huisarts, fysiotherapeut, orthopeed, psychiatrisch verpleegkundige en psycholoog. Hem zijn ook sterke medicijnen voorgeschreven.
5. Hij betwist dat hij Exolum onjuist over zijn arbeidsongeschiktheid zou hebben voorgelicht. Exolum is over de inhoud van de medische consulten steeds op de hoogte gesteld. Uit alle rapportages blijkt duidelijk dat [verzoeker] wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn werk. Volgens hem kan Exolum zich voor het ontslag niet zonder meer baseren op een rapportage van [bedrijf] om te bepalen of [verzoeker] ziek is en/of onjuiste informatie over de belastbaarheid heeft verstrekt. Dat is immers voorbehouden aan de bedrijfsarts. Exolum had zo nodig een second opinion kunnen aanvragen.
6. [verzoeker] heeft, om elke twijfel weg te nemen dat hij ziek is, een aanvullende medische verklaring door een psychiatrisch verpleegkundige laten opmaken. Daarin staat onder meer dat hij chronische zenuwpijn heeft en blijvende beperkingen in mobiliteit. De aanhoudende pijn en het verlies van fysieke zelfstandigheid hebben geleid tot somberheid, frustratie en verminderd zelfvertrouwen. Het ontslag op staande voet heeft hem mentaal hard geraakt, hetgeen niet bijdraagt aan zijn herstel.
7. [verzoeker] heeft tijdens de mondelinge behandeling op vragen van de kantonrechter geantwoord dat hij af en toe bij zijn vader in [locatie] verblijft omdat die verzorging nodig heeft. De deurbel staat daar uit. Omdat zijn vader op 4 juli 2025 naar het ziekenhuis moest en niemand anders hem kon brengen, heeft [verzoeker] pijnstillers genomen om zijn vader met de auto naar het ziekenhuis te brengen. Het was maar een klein stukje rijden. Zijn vader spreekt geen Nederlands en hij moest voor hem vertalen. Later die dag heeft hij hem ook weer met de auto opgehaald. Hij is op 18 juli 2025 met de auto naar BioZorg gereden omdat hij daar in verband met zijn re-integratie een afspraak had. Hij heeft pijnstillers en oxazepam genomen om te kunnen rijden. Hij heeft de auto niet voor de deur geparkeerd omdat de parkeerkosten daar heel hoog zijn. [verzoeker] erkent dat hij in oktober 2024 twee dagen bij Steigerwacht heeft gewerkt. Dat werk was mogelijk omdat hij dat zittend kon doen. Hij was zich er niet van bewust dat hij deze werkzaamheden niet tijdens ziekte mocht doen.
Verweer
8. Exolum verweert zich tegen het verzoek. Zij voert allereerst aan dat zij [verzoeker] op 30 juli 2025 terecht op staande voet heeft ontslagen omdat [verzoeker] structureel een onjuist beeld ter zake van zijn belastbaarheid heeft geschetst. [verzoeker] had immers laten weten dat hij vanwege zijn beperkingen niet mobiel was, reden waarom het spreekuur met de bedrijfsarts online plaatsvond en hij niet kon beginnen met re-integratie. Tijdens het huisbezoek op 17 april 2025 leek het ook of [verzoeker] zich niet of nauwelijks kon bewegen. Daarna is Exolum er echter achter gekomen dat hij werkzaamheden bij een ander bedrijf had verricht tijdens zijn ziekmelding bij Exolum. Hierdoor rezen twijfels over de oprechtheid van [verzoeker] . Op 14 juli 2025 heeft [verzoeker] telefonisch gemeld dat hij door de prikken voor de zenuwpijn in zijn onderrug op advies van de artsen thuis moet blijven en 8 tot 12 weken volledige rust moest houden en dat hij niet mocht autorijden. Op 23 juli 2025 was [verzoeker] niet in staat [naam 2] thuis te ontvangen. Kort daarna vernam Exolum door de bevindingen van [bedrijf] dat [verzoeker] op 4 en 18 juli 2025 zonder enige zichtbare moeite of beperkingen wel in staat was om te lopen, zware tassen te dragen en auto te rijden. [verzoeker] heeft ruimschoots de gelegenheid gehad om hierover opheldering te geven maar heeft dat niet gedaan. Zij heeft [verzoeker] daarom op staande voet ontslagen.
9. Volgens Exolum berust [verzoeker] in het ontslag door een billijke vergoeding en ontbinding van de arbeidsovereenkomst te vragen.
10. Het handelen van [verzoeker] kwalificeert als ernstig verwijtbaar, zodat hij volgens Exolum geen recht heeft op een transitie- en/of billijke vergoeding.
Beoordeling
11. Ter zitting heeft [verzoeker] verduidelijkt dat hij primair verzoekt om het ontslag op staande voet te vernietigen.
11. De kantonrechter dient daarom te beoordelen of de reden die Exolum aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd als een dringende reden kwalificeert als bedoeld in artikel 7:677 BWPro en of onverwijld is opgezegd, onder onverwijlde mededeling van die reden. Bij de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van het ontslag moeten de omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang worden bezien. De aard en de ernst van het gedrag van [verzoeker] spelen daarbij een rol, evenals de duur van de arbeidsovereenkomst en ook de (persoonlijke) omstandigheden van [verzoeker] en de gevolgen die het ontslag op staande voet voor hem heeft.
11. Onbetwist is gebleven dat Exolum eerst begin juni 2025 heeft vernomen dat [verzoeker] ondanks zijn ziekmelding op 16 en 17 oktober 2024 voor een andere werkgever heeft gewerkt. Exolum had daardoor een gegronde reden om [bedrijf] in te schakelen om de activiteiten van [verzoeker] te onderzoeken. Vaststaat dat [verzoeker] , terwijl hij op 14 en 23 juli 2025 aan [naam 2] heeft verklaard vanwege ziekte niet in staat te zijn haar te ontvangen voor een huisbezoek, op 4 juli en op 18 juli 2025 auto heeft gereden en zonder afwijkend loopgedrag naar en van de auto is gelopen. Dit is in strijd met hetgeen [verzoeker] over zijn belastbaarheid aan [naam 2] heeft medegedeeld. Exolum heeft hierover dan ook terecht uitleg gevraagd aan (de gemachtigde van) [verzoeker] . Nu, ondanks een nadrukkelijk verzoek hiertoe, inhoudelijke uitleg hierover is uitgebleven, heeft Exolum [verzoeker] op 30 juli 2025 terecht op staande voet ontslagen. Een werkgever mag immers ervan uit gaan dat een werknemer gedurende zijn arbeidsongeschiktheid open en waarheidsgetrouw communiceert over zijn belastbaarheid. Doordat [verzoeker] tijdens zijn ziekmelding bij Exolum had gewerkt voor een andere werkgever was het vertrouwen van Exolum al ernstig geschaad. Door geen enkele inhoudelijke uitleg te geven over de door [bedrijf] geconstateerde feiten, die haaks staan op de door [verzoeker] gegeven informatie over zijn belastbaarheid, kon van haar dan ook niet langer worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Exolum stelt terecht dat daarvoor het vertrouwen in [verzoeker] te zeer was geschaad.
11. Pas ter zitting heeft [verzoeker] op vragen van de kantonrechter enige uitleg gegeven over de geconstateerde feiten, maar ook deze uitleg verklaart een en ander onvoldoende. Hoewel [verzoeker] in april 2025 in staat was [naam 2] te ontvangen voor een huisbezoek en de bedrijfsarts in juni 2025 vaststelde dat er een lichte verbetering was van de klachten, heeft [verzoeker] in juli 2025 tot twee maal toe tegen [naam 2] gezegd dat een huisbezoek vanwege zijn klachten op dat moment niet mogelijk was. Dit verhoudt zich niet met de omstandigheid dat hij in dezelfde periode wel zijn vader naar een afspraak in het ziekenhuis kon brengen en daar voor hem kon vertalen, noch met de omstandigheid dat hij zelf naar BioZorg is gereden. [verzoeker] heeft ook geen verklaring gegeven voor het feit dat is gezien dat hij liep zonder zichtbare afwijking, terwijl hij op zitting ogenschijnlijk met pijn beweegt. Tot slot geldt dat [verzoeker] op zitting heeft verklaard dat hij zeer veel zware medicijnen slikt, dat hij daardoor versuft is en niet goed weet wat hij zegt. In dat geval valt niet in te zien dat hij met deze medicatie, zoals hijzelf verklaarde, kon autorijden. Ter zitting kon dan ook nog steeds niet worden vastgesteld dat [verzoeker] in juli 2025 daadwerkelijk niet in staat was [naam 2] bij hem thuis te ontvangen, zodat wordt geconcludeerd dat hij daarover zowel op 14 juli als op 23 juli 2025 niet de waarheid heeft gesproken. Dit is een dringende reden voor ontslag. Zoals overwogen moet een werkgever erop kunnen vertrouwen dat een werknemer open en eerlijk met haar communiceert over zijn belastbaarheid. Hoewel [verzoeker] (ook nu nog) volledig arbeidsongeschikt is, heeft hij nog steeds geen plausibele verklaring gegeven voor de geconstateerde feiten. Voorts is het ontslag onverwijld gegeven door [verzoeker] , na hem in de gelegenheid te hebben gesteld op de bevindingen van [bedrijf] te reageren en een inhoudelijke reactie uitbleef, bij brief van 30 juli 2025 over het ontslag te informeren.
11. Nu is geoordeeld dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is, wordt het verzoek van [verzoeker] tot vernietiging van die opzegging afgewezen.
11. [verzoeker] heeft verzocht om Exolum te veroordelen de transitievergoeding te betalen. Nu is geoordeeld dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven is Exolum in beginsel geen transitievergoeding verschuldigd. Nu echter vaststaat dat [verzoeker] op dit moment volgens de bedrijfsarts (nog steeds) volledig arbeidsongeschikt is, kostwinner is voor zijn gezin en het dienstverband zeven jaar heeft geduurd zonder dat is gebleken dat eerder iets is voorgevallen, wordt aanleiding gezien om ingevolge artikel 7:673 lid 8 BWPro de transitievergoeding, tot en met 30 juli 2025 berekend op € 12.202,10 bruto, toe te wijzen.
11. Daar ten gronde wordt beslist op het verzoek van [verzoeker] is er geen reden meer om een voorlopige voorziening te treffen voor de duur van het geding. Deze verzoeken worden dan ook afgewezen. Het primaire verzoek onder j (en het subsidiaire verzoek onder i) wordt afgewezen omdat Exolum onbetwist heeft gesteld dat zij de verzochte stukken en informatie in deze procedure heeft overgelegd. Ook de overige verzoeken van [verzoeker] worden, nu het ontslag op staande voet terecht is gegeven, afgewezen. Daarbij geldt dat Exolum voldoende heeft betwist dat sprake is van achterstallig salaris en dat zij niet de juiste salarisspecificaties zou hebben verstrekt.
11. In de uitkomst van de zaak wordt evenwel aanleiding gezien de proceskosten tussen partijen te compenseren, in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.
BESLISSING
De kantonrechter:
veroordeelt Exolum om aan [verzoeker] een transitievergoeding te betalen van € 12.202,10 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf veertien dagen na deze beschikking tot aan de dag van de gehele betaling;
compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;
verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en op 8 januari 2026 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.