Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[terbeschikkinggestelde] ,
Procesgang
Stukken
- een advies van de instelling FPC [kliniek 1] van 31 oktober 2025, opgemaakt door [persoon 1] , [persoon 3] en [persoon 4] , zoals genoemd in artikel 6:6:12 lid 1 Sv Pro;
- een advies van de reclassering van 1 januari 2026, opgemaakt door [persoon 2] en [persoon 5] ;
- de voortgangsverslagen;
- de negatieve beslissing ten aanzien van het onderzoek naar het afgeven van een zorgmachtiging.
Advies/Adviezen
FPC [kliniek 1]luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.
Sinds 25 maart 2025 woont hij in een appartement bij forensisch wonen op het terrein
van [GGZ locatie] . Hij heeft een eigen studio en is daar erg gelukkig.
De terbeschikkinggestelde gaat alleen op verlof als het mooi weer is. Eerder praktiseerde hij liever geen verlof in zijn eentje, maar dat pakt hij nu steeds meer op. Na een verlof is hij op tijd terug.
Er is geen sprake van probleeminzicht of probleembesef bij de terbeschikkinggestelde. Gesteld kan worden dat externe structuur en begeleiding, geboden door de FPA [kliniek 3] , beschermend zijn in die zin dat hij dan (veel) minder geneigd is impulsief of antisociaal te handelen. Daarnaast is de instelling op Olanzapine een essentieel onderdeel op het verminderen van impulsiviteit en eventuele angstgevoelens en daarmee ook op delictgedrag. De terbeschikkinggestelde werkt mee aan zijn traject, maar is het niet eens met de depot-medicatie. Het depot is een voorwaarde voor het verblijf in een FPA.
De verwachting is dat de terbeschikkinggestelde blijvend aangewezen zal zijn op begeleiding, externe structuur en controle. Nu er al een aantal jaren sprake is van stabiel beeld in zijn functioneren is de koers gericht op het voorwaardelijk beëindigen van de dwangverpleging.
De voorwaarden waar de terbeschikkinggestelde zich aan heeft verbonden binnen het huidige proefverlof kunnen binnen een voorwaardelijke beëindiging op dezelfde wijze vormgegeven worden. Wel is duidelijk dat er sprake zal moeten zijn van een gedwongen kader waarbij vooralsnog de reclassering een belangrijke rol kan vervullen.
Binnen het forensisch begeleid wonen op het terrein van [GGZ locatie] in [plaats 2] wordt de
beschermende setting die de terbeschikkinggestelde behoeft voortgezet en kunnen de basisvoorwaarden worden gewaarborgd (wonen in een omgeving met voldoende structuur, begeleiding en toezicht, instelling op medicatie), wat maakt dat het delictgedrag als laag wordt ingeschat. Op de dagbesteding van GGZ terrein functioneert hij goed en zelfstandig en wordt hij gezien als harde werker.
Het risico op incidenten wordt laag ingeschat. Verwacht wordt dat hij met medicatie en binnen de context van een gestructureerde setting niet snel tot agressie zal komen. Tijdens de vele jaren in detentie is er voor zover bekend nauwelijks probleemgedrag geweest en ook in de kliniek is het sinds instelling op medicatie niet meer tot incidenten gekomen. De positieve ontwikkeling in de behandeling is ook terug te zien in de risicotaxatie, deze is lager in vergelijking met vorig jaar.
In de FPA is de terbeschikkinggestelde goed in contact met het behandelteam, werkt hij samen en laat hij zich aansturen. Uit de samenwerking gaan en zich niet laten aansturen zijn
belangrijke vroegsignalen die goed door de begeleiding zijn waar te nemen. De terbeschikkinggestelde kan zelf niet vroegsignaleren. De verloven worden goed voor- en nabesproken en wanneer blijkt dat hij zich niet aan de afspraken houdt rondom of tijdens de verloven zullen hier passende interventies op worden uitgezet. Inname van medicatie is gewaarborgd middels een depot. De toediening van het depot is een verlofvoorwaarde en wanneer de terbeschikkinggestelde de medicatie op de FPA weigert in te nemen, zal hij terug worden geplaatst naar de [kliniek 1] . Het FPC heeft een nauwe samenwerkingsrelatie met FPA [kliniek 2] .
Rapport van de reclasseringHet advies van de reclassering luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.
• Geen strafbaar feit plegen
• Meewerken aan reclasseringstoezicht
• Meewerken aan time-out
• Niet naar het buitenland
• Ambulante behandeling
• Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
• Alcoholverbod
• Netwerk
• Financiën
• Dagbesteding
Het risico op recidive in de huidige setting wordt door de reclassering ingeschat als laag. Acceptatie van de depotmedicatie is de belangrijkste beschermende factor. Als hij dat weigert, neemt het risico op recidive van een geweldsdelict toe naar hoog.
De reclassering was tijdens de verlengingszitting in 2024 van mening dat handhaving van het huidige dwangkader (proefverlof) voor plaatsing in forensisch beschermd wonen noodzakelijk was om tijdig en adequaat in te kunnen grijpen. Volgens nieuw verkregen informatie van de [kliniek 1] is het ook mogelijk om de terbeschikkinggestelde in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel, bij een verhoging van het recidiverisico, middels een time-out te stabiliseren door een opname in de kliniek van herkomst. Om die reden schatten de [kliniek 1] en de reclassering in dat de terbeschikkinggestelde zich ook tijdens de voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel zal houden aan de voorwaarden. Daarnaast heeft hij het naar zijn zin bij forensisch beschermd wonen en is hij blij met zijn appartement. Hij wil graag zijn verblijf daar voortzetten.
De voorwaarden waar betrokkene zich aan heeft verbonden binnen het huidige proefverlof kunnen dus binnen een voorwaardelijke beëindiging op dezelfde wijze vormgegeven worden. Het extern ingezette risicomanagement blijft hierdoor gehandhaafd en wordt noodzakelijk geacht. Gedurende de voorwaardelijke beëindiging zal onderzocht worden welke zorg er op de lange termijn (na afloop van het forensisch kader) geïndiceerd is.
De verwachting is dat de terbeschikkinggestelde blijvend aangewezen zal zijn op begeleiding, externe structuur en controle.
Standpunten
Beoordeling
Beslissing
Terbeschikkinggestelde maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit.
Terbeschikkinggestelde werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder meer in:
- Terbeschikkinggestelde meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is.
- Terbeschikkinggestelde laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van betrokkene vast te stellen.
- Terbeschikkinggestelde houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om betrokkene te helpen bij het naleven van de voorwaarden.
- Terbeschikkinggestelde werkt mee aan huisbezoeken.
- Terbeschikkinggestelde e geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners.
- Terbeschikkinggestelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering.
- Terbeschikkinggestelde werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met betrokkene, als dat van belang is voor het toezicht.