ECLI:NL:RBARN:1999:AA1017
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige publicatie over vermeende verwijtbare betrokkenheid advocaat bij georganiseerde misdaad
X heeft Y gedagvaard wegens onrechtmatige publicatie van een rapport waarin X als 'foute' advocaat werd bestempeld vanwege vermeende verwijtbare betrokkenheid bij criminele activiteiten. Het rapport maakte deel uit van de Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden en bevatte een casus (geval 25) die X betrof.
De rechtbank stelde vast dat Y onvoldoende zorgvuldig was in het gebruik en de interpretatie van bronnen, waardoor onjuiste en hypothetische beschuldigingen over witwassen en misbruik van ambt werden geuit. Tevens was onvoldoende rekening gehouden met de afspraak dat persoonsgegevens niet tot individuen herleidbaar mochten zijn, terwijl journalisten de identiteit van X konden achterhalen.
Y's beroep op immuniteit op grond van artikel 71 Grondwet Pro werd verworpen omdat hij niet onder de beschermde categorieën viel. De rechtbank oordeelde dat Y onrechtmatig had gehandeld jegens X en aansprakelijk was voor de schade die X daardoor leed, met name in zijn eer en goede naam.
X mocht bewijs leveren van materiële schade door vroegtijdig beëindigde commissariaten. De rechtbank kende een immateriële schadevergoeding van 150.000 gulden toe en vergoedde buitengerechtelijke kosten. Verdere beslissingen werden aangehouden voor bewijslevering en getuigenverhoor.
Uitkomst: Y heeft onrechtmatig gehandeld jegens X en is aansprakelijk voor immateriële schadevergoeding en kosten; bewijslevering materiële schade wordt toegestaan.