ECLI:NL:RBARN:1999:AA5267
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.W. Huijgen
- D.A. van Steenbeek
- J.W.M. Tromp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid Compaxo voor naheffingsaanslag op grond van inlening en aanneming van werk
De zaak betreft een geschil tussen de Ontvanger van de Belastingdienst en Compaxo Vlees Zevenaar B.V. over de aansprakelijkheid voor naheffingsaanslagen omzet- en loonbelasting over 1993. De Ontvanger stelde dat sprake was van een nep-huurovereenkomst en inlening van werknemers, terwijl Compaxo dit betwistte en stelde dat het ging om koop/verkoopovereenkomsten.
De rechtbank concludeerde op basis van overgelegde stukken dat de huurovereenkomst tussen Compaxo en Concorde reëel was en geen nepcontract. Vervolgens oordeelde de rechtbank dat de werknemers van Concorde niet onder leiding en toezicht van Compaxo werkten, zodat geen sprake was van inlening in de zin van artikel 34 Invorderingswet Pro 1990.
Ten aanzien van de loonbelasting stelde de rechtbank vast dat de relatie tussen Compaxo en Concorde moest worden gekwalificeerd als aanneming van werk volgens artikel 35 Invorderingswet Pro 1990, ondanks dat partijen dit anders noemden. Compaxo werd als aannemer aangemerkt en aansprakelijk gesteld voor de naheffingsaanslag loonbelasting over 1993. Een beroep op vrijstelling werd nog niet inhoudelijk beoordeeld omdat de Ontvanger hierop nog niet had gereageerd.
De rechtbank bepaalde dat het hoger beroep beperkt zou worden en stelde verdere beslissing aan. Het vonnis werd gewezen door drie rechters en uitgesproken op 7 oktober 1999.
Uitkomst: Compaxo is niet aansprakelijk voor naheffingsaanslag omzetbelasting, maar wel voor loonbelasting over 1993 op grond van aanneming van werk.