ECLI:NL:RBARN:2001:AB2619
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen discriminatie bij éénmalige werkgeversbijdrage per adres voor pc-aanschaf
Eisers, beiden werkzaam bij de Regiopolitie Gelderland Zuid en duurzaam samenwonend op hetzelfde adres, verzochten elk een werkgeversbijdrage van fl. 800,- voor de aanschaf van een personal computer. Verweerder wees dit verzoek af op grond van een regeling die slechts één bijdrage per adres toestaat. Eisers stelden dat dit onderscheid in strijd is met het discriminatieverbod in artikel 1 van Pro de Grondwet en artikel 5 van Pro de Algemene wet gelijke behandeling.
De rechtbank stelde vast dat hoewel er sprake was van enkele bevoegdheidsgebreken bij het nemen van besluiten en vaststellen van de regeling, deze konden worden gepasseerd omdat verweerder het besluit uiteindelijk zelf heeft genomen en de regeling onderschrijft. De rechtbank oordeelde dat het criterium van één bijdrage per adres een indirect onderscheid vormt dat onder de Grondwet valt, maar dat dit onderscheid gebaseerd is op redelijke en objectieve gronden.
Het doel van de regeling is om medewerkers te stimuleren tot aanschaf van een pc waarmee zij thuis dezelfde werkzaamheden kunnen verrichten als op het werk. Omdat eisers samenwonen en gezamenlijk gebruik kunnen maken van één pc, is het toekennen van één bijdrage voldoende. De rechtbank erkende beleidsvrijheid van verweerder en vond de beperking van de bijdrage tot één per adres, mede gelet op overleg met de ondernemingsraad en budgettaire overwegingen, niet onredelijk.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en wees erop dat tegen deze uitspraak hoger beroep mogelijk is bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van samenwonende medewerkers tegen de beperking tot één werkgeversbijdrage per adres wordt ongegrond verklaard.