ECLI:NL:CRVB:2003:AI0301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid onderscheid in PC-privé regeling tussen samenwonende en niet samenwonende medewerkers
Appellanten, beiden werkzaam bij de politieregio en samenwonend, verzochten gezamenlijk om een werkgeversbijdrage in het kader van de PC-privé regeling. Dit verzoek werd afgewezen omdat volgens de regeling medewerkers die op hetzelfde adres wonen slechts éénmaal in aanmerking komen voor de bijdrage. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogden appellanten dat het onderscheid tussen samenwonende en niet samenwonende collega’s in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 1 van Pro de Grondwet, omdat er geen objectieve rechtvaardiging voor bestaat. De Raad stelde vast dat het onderscheid inderdaad gemaakt wordt, maar dat dit gerechtvaardigd is door redelijke en objectieve gronden.
De regeling heeft als doel medewerkers te stimuleren een computer aan te schaffen om thuis werkzaamheden te kunnen verrichten. Het budget is beperkt, waardoor gekozen is voor een maximale bijdrage per huishouden. Dit is een objectief criterium en een redelijke keuze gezien de doelstelling. Het feit dat samenwonende medewerkers niet gelijktijdig thuis kunnen werken is niet doorslaggevend, omdat zij onderling afspraken kunnen maken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er zijn geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en het onderscheid in de PC-privé regeling bevestigd.