ECLI:NL:RBARN:2002:AE1279
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens pensioenafkoopsom als inkomen
M. C en zijn weduwe hebben bij de gemeente Arnhem een bijstandsuitkering aangevraagd ter aanvulling op de AOW-uitkering. M. C ontving een eenmalige pensioenafkoopsom van ƒ 16.876,98 netto in januari 1999. Verweerder wees de aanvraag af omdat deze afkoopsom als inkomen in de zin van de Algemene bijstandswet (Abw) werd aangemerkt.
De rechtbank overweegt dat middelen die periodiek of eenmalig worden ontvangen en bestemd zijn voor levensonderhoud als inkomen moeten worden beschouwd. De pensioenafkoopsom wordt geacht betrekking te hebben op de periode vanaf januari 1999, de periode waarvoor bijstand is aangevraagd. Omdat M. C en zijn weduwe daadwerkelijk over deze middelen beschikten, konden zij niet als bijstandsbehoeftig worden aangemerkt.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en bevestigt dat de afkoopsom terecht als inkomen is aangemerkt. Het bezwaar en beroep worden ongegrond verklaard. M. C is in november 2000 overleden, waarna de weduwe als belanghebbende is opgetreden. De rechtbank wijst een proceskostenveroordeling af en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag is terecht afgewezen omdat de pensioenafkoopsom als inkomen wordt aangemerkt.