ECLI:NL:RBARN:2002:AE1280
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen gezamenlijke inkomstenverklaring bij bijstand
Eiseres voerde bezwaar aan tegen het besluit van verweerder om slechts één gezamenlijk inkomstenformulier en één betaalspecificatie te verstrekken, omdat zij privacyzorgen had over het delen van haar financiële gegevens met haar partner. Verweerder had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het besluit van 20 september 1999 geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro was, maar een mededeling over de uitvoering van het eerdere besluit van 15 april 1999 waarin de gezamenlijke huishouding was vastgesteld.
De rechtbank overwoog dat het besluit van 15 april 1999 rechtsgevolgen heeft en vaststelt dat eiseres en haar partner een gezin vormen, waardoor de bijstand gezamenlijk wordt beoordeeld. Het verzoek om afzonderlijke formulieren was daarom niet gegrond. De rechtbank stelde vast dat de mededeling over het gezamenlijke formulier geen zelfstandige publiekrechtelijke rechtshandeling is gericht op rechtsgevolg.
Op basis van de wettelijke bepalingen uit de Algemene bijstandswet en de Algemene wet bestuursrecht oordeelde de rechtbank dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet-ontvankelijk verklaren van haar bezwaar wordt ongegrond verklaard.