ECLI:NL:RBARN:2002:AE2541
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs voor verboden geneesmiddelenreclame door Novartis Pharma B.V.
Novartis Pharma B.V. werd beschuldigd van het maken van verboden reclame voor receptplichtige geneesmiddelen zoals Lamisil en Trisporal via TV-spots, advertorials en roadshows in de periode mei tot juni 2000. De dagvaarding bevatte verschillende bijlagen met bewijsmateriaal, waaronder videobanden en presentatieteksten.
Tijdens de terechtzitting op 1 mei 2002 werd het bewijs onderzocht en werd onder meer een getuige à decharge gehoord. De verdediging voerde aan dat de dagvaarding onduidelijk was en onvoldoende feitelijke onderbouwing bood, met name ten aanzien van de advertorials en roadshows.
De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding voldoende duidelijk was en verwierp het verweer. Echter, inhoudelijk achtte de rechtbank het niet wettig en overtuigend bewezen dat Novartis verboden reclame had gemaakt. De TV-spots werden gezien als voorlichting zonder directe verwijzing naar geneesmiddelen. De advertorials bleken geen redactionele advertenties te zijn en er was geen bewijs dat Novartis deze had geplaatst.
Daarom sprak de rechtbank Novartis Pharma B.V. vrij van alle tenlastegelegde feiten. De uitspraak werd op 15 mei 2002 in het openbaar gedaan door rechter P.L.R. Wefers Bettink.
Uitkomst: Novartis Pharma B.V. wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor verboden reclame voor receptgeneesmiddelen.