ECLI:NL:RBARN:2002:AE7132
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aansprakelijkheid bestuurder voor fietsongeval met dwarslaesie
Op 12 september 1999 vond op de Krommehoekseweg te Lunteren een ongeval plaats waarbij B, een fietser, ernstig gewond raakte door een val in een greppel na het ontwijken van een tegemoetkomende auto bestuurd door Z. B reed met circa 27 km/uur door een scherpe bocht en kwam in botsing met de BMW van Z, die ongeveer 30 à 40 km/uur reed zonder verlichting. B raakte hierdoor ernstig gewond met een incomplete dwarslaesie tot gevolg.
B vorderde van Z vergoeding van de geleden en nog te lijden schade op grond van artikel 185 Wegenverkeerswet Pro (WVW) dan wel artikel 6:162 Burgerlijk Pro Wetboek (BW). De rechtbank stelde vast dat Z niet als eigenaar of houder van het voertuig kon worden aangemerkt, zodat aansprakelijkheid op grond van artikel 185 WVW Pro niet kon worden toegewezen.
De rechtbank beoordeelde vervolgens de aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW Pro). Uit het feitenmateriaal bleek dat Z de auto zo veel mogelijk rechts had gereden en vrijwel tot stilstand was gekomen nadat haar vader haar op de fietser had gewezen. B had met hoge snelheid en onvoldoende aandacht door een onoverzichtelijke bocht gereden en pas zeer laat de auto opgemerkt, waardoor hij in een reflex uitweek en viel.
De rechtbank concludeerde dat het rijgedrag van B zodanig onvoorzichtig en onwaarschijnlijk was dat Z geen verwijt kon worden gemaakt. Er was geen sprake van een onrechtmatige daad van Z en de vorderingen werden afgewezen. B werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af omdat geen verwijtbaar gedrag van de bestuurder is vastgesteld.