ECLI:NL:RBARN:2002:AF1691
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.W. Huijgen
- D.J. Post
- F.J. de Vries
- Rechtspraak.nl
Verificatievordering Inkombank in faillissement Suned B.V. en beoordeling geldleningsovereenkomst
In deze civiele zaak vordert Inkombank verificatie van haar vordering van ruim 5,9 miljoen USD en Roebel 83.490 in het faillissement van Suned B.V., een Nederlandse vennootschap in liquidatie. De rechtbank onderzoekt de geldigheid van de geldleningsovereenkomst en de avalovereenkomst tussen Inkombank en Suned, waarbij het geschil onder meer draait om doeloverschrijding, schijnhandeling, benadeling van schuldeisers en rente.
De rechtbank stelt vast dat Inkombank Suned 4,26 miljoen USD heeft geleend, gedekt door twee wissels, en dat Suned dit bedrag grotendeels gebruikte om schuldeisers van Soyuzkontrakt te betalen. Inkombank heeft het bedrag aan de wisselhouders voldaan. De curator betwist onder meer de bevoegdheid van de vertegenwoordiger van Suned en de geldigheid van de overeenkomsten, maar deze verweren worden afgewezen of niet gehandhaafd.
Belangrijk is dat de rechtbank het Russische vonnis van het Arbitration Court te Moskou niet erkent vanwege onvoldoende bewijs dat Suned of de curator behoorlijk is opgeroepen, wat in strijd is met het beginsel van hoor en wederhoor zoals neergelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De rechtbank oordeelt dat de geldleningsovereenkomst niet in strijd is met het doel van Suned en geen schijnhandeling betreft. Het beroep op benadeling van schuldeisers wordt verworpen, evenals het beroep op verrekening.
De rentevordering wordt afgewezen voor het deel dat na de surseance van betaling is ontstaan. De rechtbank wijst de verificatie van griffierechten toe niet toe wegens het ontbreken van behoorlijke oproeping. De rechtbank nodigt Inkombank uit om beëdigde vertalingen van de overeenkomsten te overleggen en stelt de zaak aan voor verdere beslissing.
Uitkomst: In beginsel komt de lening van 4,26 miljoen USD voor verificatie in het faillissement in aanmerking, maar het Russische vonnis wordt niet erkend wegens onvoldoende bewijs van behoorlijke oproeping.