ECLI:NL:RBARN:2003:AF5939
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en uitkeringsbesluit op grond van de WAO
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder om zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO ongewijzigd te handhaven op een mate van 35 tot 45%. Eiser stelde zich op het standpunt dat zijn arbeidsongeschiktheid was toegenomen vanwege hartklachten en overlegde een medisch rapport van cardioloog Bosker, die twijfels uitte over de belastbaarheid van eiser voor bepaalde functies.
De rechtbank heeft het rapport van Bosker beoordeeld en geoordeeld dat de geduide functies minder belastend zijn dan het belastbaarheidspatroon dat Bosker zelf heeft aangescherpt. De rechtbank concludeerde dat onvoldoende is onderbouwd waarom eiser deze functies niet gedurende 38 tot 40 uur per week zou kunnen verrichten.
Verweerder heeft een berekening van de arbeidsongeschiktheid gemaakt die uitkomt op 44,88%, waarbij een reductiefactor van 37/38 is gebruikt. De rechtbank oordeelde dat deze reductiefactor juist is toegepast in overeenstemming met het Besluit uurloonschatting 1999.
De rechtbank heeft het beroep van eiser ongegrond verklaard en het bestreden besluit in stand gelaten. Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot handhaving van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering is ongegrond verklaard.