ECLI:NL:RBARN:2003:AN7505
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid op grond van WAO na bezwaar
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder (UWV) waarin zijn mate van arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 15 tot 25%. Hij voerde aan dat zijn rugklachten waren onderschat en dat de gekozen maatgevende functie onjuist was, evenals de berekening van het mediaanloon en de geschiktheid van de geduide functies.
De rechtbank overwoog dat de medische gegevens, waaronder rapporten van verzekeringsartsen en orthopedisch chirurgen, geen aanleiding gaven om te twijfelen aan de vastgestelde belastbaarheid van eiser. De discrepantie tussen de medische rapportage en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) werd niet als onredelijk beoordeeld. De geduide functies bleken passend bij de beperkingen en het opleidingsniveau van eiser.
Ten aanzien van de maatgevende functie oordeelde de rechtbank dat de laatst verrichte functie als maatman correct was toegepast, conform vaste jurisprudentie. Ook de selectie van functies en de berekening van het mediaanloon waren in lijn met het Besluit Uurloonschatting 1999. Verweerder erkende een onjuiste berekening en stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 25 tot 35%.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 25 tot 35% per 26 februari 2002 en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak trad in de plaats van het bestreden besluit.
Uitkomst: De rechtbank stelt de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 25 tot 35% per 26 februari 2002 en vernietigt het bestreden besluit.