ECLI:NL:RBARN:2004:AO8389
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit risicopremiegroep indeling uitzendkrachten wegens strijd met Awb
Eiseres verzocht om herindeling van haar uitzendkrachten in een andere risicopremiegroep met terugwerkende kracht per 6 maart 2000, nadat bleek dat het uitzendbeding niet meer van toepassing was. Verweerder had echter geen afzonderlijk besluit genomen voor 2000 en sloot aan bij het Besluit vaststelling wachtgeldpremie 1999 en 2000, waarbij de premie voor uitzendkrachten zonder uitzendbeding werd vastgesteld op basis van de risicopremiegroep Detachering.
De rechtbank overwoog dat het ne bis in idem-beginsel ook geldt voor de rechtspraak, waardoor een verzoek om terug te komen op een rechtens verbindend geworden besluit alleen kan slagen indien nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden aangevoerd. Eiseres stelde dat zij in 2000 onbekend was met de toepasselijke regels en dat verweerder haar onvoldoende had voorgelicht, maar dit werd niet als nieuw feit of veranderde omstandigheid erkend.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Awb, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Awb. Tevens veroordeelde zij verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en vergoedde zij het griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van het ne bis in idem-beginsel in bestuursrechtelijke procedures en bevestigt dat onbekendheid met regelgeving en gebrekkige voorlichting geen grond vormen voor herziening van een rechtens verbindend besluit.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met de Awb, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.