ECLI:NL:RBARN:2004:AQ6811
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid curator wegens onzorgvuldige afwikkeling faillissement commanditaire vennootschap
In deze zaak staat de vraag centraal of de curator in het faillissement van Imogène B.V. onrechtmatig heeft gehandeld jegens de stille vennoot Ingenieursburo Arnhem Holding B.V. (IAH). IAH stelt dat de curator de boedel onjuist heeft afgewikkeld door uit te gaan van de leer dat de commanditaire vennootschap met één beherend vennoot geen afgescheiden vermogen heeft, en dat hij haar niet heeft geïnformeerd over de voorgenomen activatransactie waarbij de onderneming werd overgedragen aan Imogène International B.V., een doorstart van de onderneming geleid door de bestuurder B.
De rechtbank oordeelt dat de curator conform de destijds geldende jurisprudentie heeft gehandeld met betrekking tot de afwikkeling van de boedel, maar dat hij onzorgvuldig was in het niet informeren van IAH over het faillissement en de activatransactie. Dit is een schending van de rechten van IAH als stille vennoot, die op grond van de cv-akte het recht had de onderneming voort te zetten. De curator had IAH de gelegenheid moeten geven om te beslissen over voortzetting en had haar niet voor voldongen feiten mogen plaatsen.
Daarnaast is de curator aansprakelijk in privé omdat hij persoonlijk verwijtbaar heeft gehandeld door de onderneming zonder overleg aan een BV van B over te dragen, terwijl hij wist van het conflict tussen IAH en B. De rechtbank wijst het verweer van de curator af dat de overdracht in het belang van de boedel was en benadrukt dat de curator ook andere gegadigden had moeten betrekken en IAH had moeten informeren.
Ten aanzien van de waardering van de onderneming en de koopsom oordeelt de rechtbank dat de curator een redelijke taxatie heeft gehanteerd en dat het faillissement onafwendbaar was. De discussie over de vorderingen op Woudsend en Timco Trading wordt aangehouden voor nadere informatie. De rechtbank beveelt een comparitie van partijen om nadere inlichtingen te verkrijgen over de mogelijkheden van IAH om de onderneming voort te zetten en over de waardering van de activa.
De curator vordert in reconventie vergoeding van onderzoekskosten, welke IAH betwist met een beroep op verrekening en opschorting. De rechtbank houdt ook dit aan tot na de comparitie.
Uitkomst: Curator is zowel in hoedanigheid als privé aansprakelijk wegens onzorgvuldig handelen door IAH niet te informeren over activatransactie; beslissing over schadevergoeding aangehouden.