ECLI:NL:RBARN:2004:AR2578
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over herstel gebreken na koop en bouw woning
W c.s. kochten een woning van Y c.s., waarbij Y BV de woning bouwde. Na de overdracht in mei 2001 bleken diverse gebreken en onvolkomenheden, die partijen via lijsten van 1 mei en 1 juni 2001 hadden vastgelegd. W c.s. vorderen herstel van deze gebreken en van latere klachten, terwijl Y c.s. en Y BV stellen dat zij aan hun verplichtingen voldaan hebben en niet gehouden zijn klachten na 1 juni 2001 te verhelpen.
De rechtbank overweegt dat Y c.s. en Y BV hoofdelijk gehouden zijn tot herstel van de gebreken die op de lijsten van mei en juni 2001 staan, mits deze niet deugdelijk zijn hersteld. Voor klachten na 1 juni 2001 geldt dat Y c.s. slechts hoeven te herstellen indien sprake is van feitelijke gebreken die de koper redelijkerwijs niet mag verwachten, zoals blijkt uit een brief van de makelaar namens Y c.s.
De rechtbank benoemt een deskundige om te beoordelen welke klachten deugdelijk zijn hersteld en welke nog herstel behoeven, alsmede de kosten daarvan. Tevens wordt overwogen dat Y BV op grond van de koopakte en gebruikelijke garanties aansprakelijk kan zijn voor herstel van gebreken. De rechtbank wijst partijen op mediation en stelt de zaak aan voor nadere procedurele stappen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering niet toe en benoemt een deskundige voor nader onderzoek, met verwijzing naar mediation en verdere procedurele stappen.