ECLI:NL:RBARN:2004:AR2842
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ontruiming bij woningruil zonder instemming verhuurder
In deze zaak stond centraal of eiser [X] de ontruiming van de woning van [Z] kon afdwingen na een woningruil waarbij verhuurder De Goede Woning niet instemde. Partijen hadden een onvoorwaardelijke woningruilovereenkomst gesloten en deze uitgevoerd, ondanks dat De Goede Woning haar instemming weigerde.
De rechtbank overwoog dat het ontbreken van instemming van De Goede Woning geen tekortkoming in de nakoming van de woningruilovereenkomst door [Z] opleverde, zodat ontbinding van de overeenkomst niet gerechtvaardigd was. Ook was geen sprake van een opschortende of ontbindende voorwaarde met betrekking tot de instemming van verhuurders.
Daarnaast speelde dat [X] de woning niet zelf bewoonde en zich had ingeschreven op een ander adres, wat in strijd was met het huurreglement. Dit leidde ertoe dat het niet aannemelijk was dat de kantonrechter de huurovereenkomst in stand zou laten, waardoor de vordering tot ontruiming niet toewijsbaar was.
De voorzieningenrechter wees de gevorderde voorzieningen af en veroordeelde [X] in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen omdat geen tekortkoming in de woningruilovereenkomst is vastgesteld en de huurovereenkomst waarschijnlijk zal worden ontbonden.