ECLI:NL:RBARN:2004:AR3129
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-rechtmatig verblijf vreemdeling
Eisers, een gehuwd stel met vijf kinderen, ontvingen sinds 1999 een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Verweerder beëindigde de uitkering per 19 augustus 2003 omdat de vreemdelingendienst eiser had ingedeeld in GBA-code 98, wat betekent dat hij niet langer over een verblijfsrecht beschikte. Eisers betwistten dit, maar konden geen verblijfsdocument tonen dat rechtmatig verblijf aantoonde na 1 juli 2003.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen verblijfsdocument had dat voldeed aan de vereisten van artikel 8, onder e, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder had navraag gedaan bij de vreemdelingendienst, die de juistheid van de GBA-code 98 bevestigde. Eisers konden de juistheid van deze code niet aantonen.
Daarnaast herzag verweerder het recht op uitkering over juli 2003 en vorderde ten onrechte betaalde bijstand terug. De rechtbank vond geen dringende redenen om de terugvordering te stuiten. Het beroep van eisers tegen het besluit werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.