ECLI:NL:RBARN:2004:AR8838
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens seksueel misbruik door vader aan dochter
De dochter heeft de vader civiel aansprakelijk gesteld voor seksueel misbruik gepleegd tussen 1983 en 1994, waarvoor de vader reeds strafrechtelijk is veroordeeld. De rechtbank bevestigt het bewezenverklaarde seksueel misbruik en wijst de vader onrechtmatig jegens de dochter te hebben gehandeld.
De dochter vordert een schadevergoeding van ruim €216.000, bestaande uit therapiekosten, verlies van verdienvermogen, smartengeld en andere kosten. De vader ontkent het misbruik en betwist het causaal verband en de omvang van de schade. De rechtbank wijst het tegenbewijs van de vader af, gelet op de dwingende bewijskracht van het strafarrest.
De rechtbank erkent de psychische schade, waaronder PTSS, als gevolg van het misbruik, maar acht nader deskundigenonderzoek nodig om de omvang van de schade en het causaal verband volledig te beoordelen. Ook wordt de dochter in de gelegenheid gesteld nadere specificaties te geven van haar schadeposten. De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en deskundigenrapporten, met hoger beroep pas mogelijk bij het eindvonnis.
Uitkomst: Vader aansprakelijk voor seksueel misbruik en psychische schade; zaak aangehouden voor nader deskundigenonderzoek en specificatie van schadeposten.