ECLI:NL:RBARN:2005:AS6280
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid aandelenleaseovereenkomst wegens ontbreken Wck-vergunning en gevolgen
De rechtbank Arnhem heeft geoordeeld dat aandelenleaseproducten, zoals de Winstverdriedubbelaar, kwalificeren als krediettransacties onder de Wet op het consumentenkrediet (Wck) en niet als effectenbelening. Dexia, de aanbieder, beschikte ten tijde van het sluiten van de overeenkomst niet over een vereiste Wck-vergunning, waardoor de overeenkomst nietig is op grond van artikel 3:40 lid 2 BW Pro.
De rechtbank verwierp de stelling van Dexia dat de aandelenlease buiten de reikwijdte van de Wck valt en dat de mededelingen van de Minister van Financiën dit bevestigen. De bescherming van consumenten tegen onvoldoende informatie en onverantwoorde kredietverlening weegt zwaarder dan het vertrouwen van aanbieders.
Als gevolg van de nietigheid vervalt de rechtsgrond voor de wederzijdse prestaties, hetgeen leidt tot onverschuldigde betalingen die moeten worden terugbetaald. De rechtbank bepaalde een redelijke verdeling van de restschuld tussen partijen, waarbij Dexia slechts de helft kan vorderen vanwege haar tekortkomingen in informatieverstrekking.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat Dexia onvoldoende bewijs heeft geleverd dat zij de aandelen daadwerkelijk heeft verworven namens de consument, en stelde zij Dexia in de gelegenheid dit nader te bewijzen met onder meer getuigenbewijs. De verdere beslissing werd aangehouden.
De uitspraak benadrukt het belang van vergunningplicht en consumentenbescherming bij complexe financiële producten zoals aandelenlease.
Uitkomst: De aandelenleaseovereenkomst is nietig wegens het ontbreken van een Wck-vergunning en Dexia moet onverschuldigde betalingen terugbetalen met een redelijke verrekening.