ECLI:NL:RBARN:2005:AS9903
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Levenslange gevangenisstraf voor moord door slaan en levend begraven
De rechtbank Arnhem heeft op 11 maart 2005 verdachte veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor het met voorbedachten rade van het leven beroven van het slachtoffer. Het slachtoffer werd op 4 december 2003 voor het laatst gezien en later gevonden in een bos nabij Nijmegen, levend begraven na te zijn geslagen met een hard voorwerp. Verdachte verbleef sinds 1999 in een TBS-kliniek wegens een eerder levensdelict, maar pleegde opnieuw een levensdelict binnen deze gecontroleerde setting.
Het bewijs bestond uit onder meer getuigenverklaringen, sectierapport, telefoon- en tijdlijnonderzoek, en het feit dat verdachte in het bezit was van de telefoon van het slachtoffer en een vals datingcontract had opgesteld. Verdachte gaf geen aannemelijke verklaring voor zijn handelen en ontkende het delict, maar zijn ontkenningen werden door de rechtbank als ongeloofwaardig beoordeeld.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het misdrijf, de gruwelijke wijze van het plegen (levend begraven), het ontbreken van inzicht bij verdachte in zijn beweegredenen en het feit dat de behandeling in de TBS-kliniek weinig effect had gehad. Gezien deze omstandigheden achtte de rechtbank het noodzakelijk dat verdachte niet meer in de samenleving terugkeert en legde daarom een levenslange gevangenisstraf op.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens moord door slaan en levend begraven.