ECLI:NL:GHARN:2007:BA3178
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Levenslange gevangenisstraf voor moord met voorbedachten rade op medepatiënt Pompekliniek
Op 4 december 2003 werd het slachtoffer, een medepatiënt uit de Pompekliniek te Nijmegen, vermist en drie maanden later dood gevonden nabij de kliniek. Sectie wees uit dat het slachtoffer met een zwaar voorwerp op hoofd en borst was geslagen en levend was begraven, waarna verstikking optrad.
Verdachte, eveneens patiënt in de kliniek, had een vals datingcontract opgesteld en geld van het slachtoffer afgetroggeld. Hij ontmoette het slachtoffer op de fatale avond en kocht een bats, een hard voorwerp, dat vermoedelijk werd gebruikt bij het delict. Verdachte gaf tegenstrijdige verklaringen en probeerde derden te betrekken, wat het hof ongeloofwaardig achtte.
Bewijs bestond uit getuigenverklaringen, telefoonregistraties, gedragingen na de moord en deskundigenrapporten die een persoonlijkheidsstoornis bij verdachte vaststelden. Het hof concludeerde dat verdachte met voorbedachten rade handelde en het slachtoffer op gruwelijke wijze om het leven bracht.
Het hof verwierp het verweer dat oplegging van levenslange gevangenisstraf in strijd was met artikel 3 en Pro 5 EVRM. Gezien de ernst van het feit, recidive en gevaar voor herhaling, achtte het hof levenslang noodzakelijk ter bescherming van de maatschappij. Verdachte werd veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor moord met voorbedachten rade op een medepatiënt uit de Pompekliniek.