ECLI:NL:RBARN:2005:AT7180
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging premienota’s wegens ontbreken gezagsverhouding bij constructiegroepleden
Stichting CITO, opgericht in 1998, kreeg premienota’s en boetenota’s opgelegd door het UWV over de jaren 1998 tot en met 2002, met als grondslag dat de constructiegroepleden als werknemers in privaatrechtelijke dienstbetrekking zouden gelden. De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende had aangetoond dat er sprake was van een gezagsverhouding tussen eiseres en de constructiegroepleden, een essentieel element voor het aannemen van een dienstbetrekking.
De constructiegroepleden, voornamelijk actieve docenten, leveren examenopgaven en worden slechts toetstechnisch gecontroleerd door toetsdeskundigen van eiseres. Vakinhoudelijke aanwijzingen of sancties ontbreken, en bijeenkomsten zijn vrijwillig en gericht op onderlinge discussie. Dit alles leidde tot het oordeel dat geen gezagsverhouding bestond.
Daarnaast vernietigde de rechtbank het besluit over de juiste toepassing van de gedifferentieerde WAO-premiepercentages en over de correctienota van 1998, omdat de verplichtingen over dat jaar niet aan eiseres waren overgedragen. De boetenota’s werden eveneens teruggebracht in verband met de vernietiging van de premienota’s.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, rekening houdend met de overwegingen in deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens het ontbreken van een gezagsverhouding en onjuiste premieheffing.