ECLI:NL:RBARN:2005:AU1237
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nakomingsovereenkomst trainingsdagen met minimum per jaar bevestigd
In deze zaak vordert eiseres nakoming van een overeenkomst waarbij zij minimaal 62 trainingsdagen per jaar zou verzorgen voor gedaagde in de jaren 2001 tot en met 2003. Gedaagde betwist dat het om een minimum per jaar gaat en stelt dat het totaal aantal trainingsdagen over de drie jaren is overeengekomen. Tevens is discussie over de afspraken gemaakt tijdens een gesprek op 2 maart 2004.
De rechtbank oordeelt dat uit de overeenkomst en de bevestigingsbrief van 23 augustus 2000 blijkt dat het gaat om een minimum aantal trainingsdagen per jaar, waarbij de teller elk jaar op nul wordt gezet. De op 2 maart 2004 gemaakte afspraken betreffen slechts een afwijking over de planning en facturering, niet over de contractuele verplichtingen zelf.
Gedaagde is door een rechtsgeldige ingebrekestelling in verzuim geraakt door niet tijdig nakoming te verrichten. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af wegens onvoldoende bewijs. De gevorderde contractuele en wettelijke rente worden toegewezen.
Uiteindelijk wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van €34.222,57 vermeerderd met contractuele rente vanaf 12 juni 2004 en proceskosten van €2.023,40 plus wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €34.222,57 plus contractuele rente en proceskosten.