ECLI:NL:RBARN:2005:AU2344
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging koopovereenkomst wegens faillissement en gevolgen voor benadeling en beslag
De zaak betreft een geschil tussen Participatiemaatschappij Oost Nederland N.V. (GOM) en twee gedaagden over een koopovereenkomst van een woning die in maart 2000 werd gesloten tussen gedaagde 1 en gedaagde 2. GOM stelde dat de koopovereenkomst nietig was wegens benadeling van haar verhaalsmogelijkheden als beslagleggend schuldeiser.
In eerdere procedures werd vastgesteld dat de verkoopprijs mogelijk te laag was, maar het exacte tijdstip en de waarde op dat moment waren onduidelijk, waarvoor een deskundigenrapport nodig was. Gedaagde 1 werd in 2004 failliet verklaard en de curator vernietigde de koopovereenkomst met een beroep op faillissementspauliana.
Gedaagde 1 en 2 erkenden de nietigheid van de koopovereenkomst, waardoor de woning geacht wordt altijd in het vermogen van gedaagde 1 te zijn gebleven en nooit in dat van gedaagde 2. Hierdoor vervalt de grond voor de vordering van GOM tot opheffing van het nadeel en het conservatoir beslag op de woning.
De rechtbank wijst de vorderingen van GOM af, veroordeelt GOM in de proceskosten en verklaart het conservatoir beslag op de woning ten laste van gedaagde 2 van rechtswege vervallen. Gedaagde 1 en 2 worden in de kosten van de procedure in reconventie veroordeeld.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de koopovereenkomst en wijst de vorderingen van GOM af, waarbij het conservatoir beslag vervalt.