ECLI:NL:RBARN:2005:AU2803
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar naheffingsaanslag loonbelasting bevestigd door rechtbank Arnhem
Eiser maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen over de periode 2000-2003 ter hoogte van €462.548, inclusief heffingsrente. Verweerder verklaarde het bezwaar primair niet-ontvankelijk omdat eiser geen inhoudelijke gronden aanvoerde, subsidiair werd het bezwaar ongegrond verklaard. Eiser stelde beroep in tegen de uitspraak op bezwaar.
Tijdens de zitting op 12 augustus 2005 verscheen eiser niet, wel de gemachtigde van verweerder. De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende gronden in het beroepschrift had opgenomen om ontvankelijk te zijn in het beroep. De rechtbank beperkte zich tot de vraag of de niet-ontvankelijkverklaring terecht was, omdat een inhoudelijke beoordeling van het bezwaar bij niet-ontvankelijkheid niet aan de orde is.
De rechtbank overwoog dat het subsidiaire standpunt van verweerder, dat het bezwaar ongegrond zou zijn, geen bindende strekking heeft en niet beoordeeld wordt. Eiser had echter geen gronden aangevoerd tegen de niet-ontvankelijkverklaring zelf, alleen tegen het subsidiaire standpunt. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank wees proceskostenveroordeling af omdat geen kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht was vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt ongegrond verklaard.