ECLI:NL:RBARN:2005:AU4519
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid aandelenleaseovereenkomst en matiging gevolgen op grond van redelijkheid en billijkheid
De rechtbank Arnhem behandelde een geschil tussen Dexia Bank Nederland N.V. en een consument over een aandelenleaseovereenkomst. Dexia vorderde betaling van een restschuld en rente nadat de overeenkomst was beëindigd wegens wanbetaling. De rechtbank stelde vast dat de overeenkomst een krediettransactie betrof en dat Dexia destijds niet beschikte over de vereiste vergunning onder de Wet op het consumentenkrediet (WCK).
Hierdoor was de overeenkomst nietig op grond van strijd met een dwingende wetsbepaling. De nietigheid had tot gevolg dat de wederzijdse prestaties onverschuldigd waren verricht en in beginsel terugbetaald moesten worden. De rechtbank overwoog echter dat het onaanvaardbaar zou zijn om de overeenkomst volledig ten nadele van Dexia te laten vernietigen, omdat de waarde van de aandelen mogelijk hoger was dan de restschuld.
Op grond van redelijkheid en billijkheid werd daarom bepaald dat beide partijen de restschuld gelijkelijk moesten dragen, waarbij de reeds betaalde rente door de consument in mindering werd gebracht. De vordering van Dexia werd tot dat bedrag toegewezen, met contractuele rente vanaf de datum van verzuim. De proceskosten werden gecompenseerd, en een vordering tot smartengeld van de consument werd afgewezen wegens procedurele en inhoudelijke gronden.
Uitkomst: De consument wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de restschuld met rente, proceskosten worden gecompenseerd.