ECLI:NL:RBARN:2005:AU5043
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over vergoeding en huurovereenkomsten bij einde erfpacht benzineverkooppunt
De zaak betreft een geschil tussen de stichting De Waalboog en meerdere gedaagden over de vergoeding voor opstallen bij het einde van een erfpacht op een perceel met een benzineverkooppunt en de vraag of bepaalde huurovereenkomsten na het einde van de erfpacht voortduren.
De erfpacht werd gevestigd in 1975 voor 30 jaar en liep af op 1 januari 2005 zonder verlenging. De Waalboog vordert onder meer een verklaring voor recht over de vergoeding voor de opstallen en ontbinding van vermeende huurovereenkomsten, terwijl gedaagden stellen dat er huurovereenkomsten bestaan die door de Waalboog moeten worden gestand gedaan en dat er een retentierecht bestaat.
De rechtbank stelt dat de vergoeding voor de opstallen gelijk is aan de waarde in het vrije verkeer van het perceel minus de waarde van de grond, conform de erfpachtsakte. De bindendheid van het advies van drie deskundigen wordt bevestigd. Verder oordeelt de rechtbank dat er geen huurovereenkomst bestaat tussen [gedaagde 1] en de vennootschap onder firma, maar wel een mondelinge huurovereenkomst tussen [gedaagde 1] en [gedaagde 4] voor het garagegedeelte, die door de Waalboog moet worden gerespecteerd.
De vorderingen van de Waalboog tot ontruiming van het perceel door [gedaagde 4] worden afgewezen, terwijl de vorderingen tegen de vennootschap onder firma worden toegewezen. Verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de vergoeding voor de opstallen moet worden vastgesteld als de waarde van het perceel minus de grondwaarde en dat de huurovereenkomst met [gedaagde 4] moet worden gerespecteerd, terwijl de huurovereenkomst met de vennootschap onder firma niet bestaat.