ECLI:NL:RBARN:2005:AU5335
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gemeente Arnhem mag erfpachtgrond niet waarderen alsof deze onbebouwd is bij verkoop
Twee verenigingen van erfpachters uit de wijken Paasberg en Alteveer stelden dat de gemeente Arnhem de taxatiemaatstaven voor de verkoop van erfpachtgrond onjuist hanteerde door de grond te waarderen alsof deze onbebouwd was. De rechtbank oordeelde dat de gemeente bij de waardebepaling rekening moet houden met het feit dat er woningen op de grond staan, omdat erfpachters doorgaans in hun woning blijven wonen en daardoor afhankelijk zijn van de grondwaarde bij verkoop.
De gemeente gebruikte een methode waarbij de grondprijs werd vastgesteld alsof de grond onbebouwd was, wat volgens de rechtbank in strijd is met de redelijkheid en billijkheid en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Een deskundigenbericht toonde aan dat andere gemeenten zoals Amsterdam en Den Haag een reductie toepassen vanwege de bebouwde staat, wat Arnhem niet transparant en consistent deed.
De rechtbank stelde vast dat de gemeente haar beleid moet aanpassen en een inzichtelijke en verifieerbare reductie moet toepassen voor de bebouwde staat van de grond. De vorderingen van de erfpachters werden deels toegewezen: de gemeente werd veroordeeld om de fictie van onbebouwdheid niet langer toe te passen en werd veroordeeld tot betaling van kosten en een bedrag aan de erfpachters.
De procedurele klachten over de korte reactietermijn van de gemeente werden afgewezen omdat de gemeente uiteindelijk de termijnen niet strikt heeft gehandhaafd. De rechtbank veroordeelde de gemeente in de proceskosten en de kosten van het deskundigenonderzoek.
Uitkomst: De gemeente Arnhem mag de erfpachtgrond niet waarderen alsof deze onbebouwd is en moet een reductie toepassen voor de bebouwde staat.