ECLI:NL:RBARN:2005:AU8513
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.W. Huijgen
- W.J. Vierveijzer
- L.G.J.M. van Ekert
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot twee jaar gevangenisstraf voor levensbeëindiging op uitdrukkelijk en ernstig verzoek
De rechtbank Arnhem heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar voor het op uitdrukkelijk en ernstig verzoek beëindigen van het leven van zijn vriendin door het toedienen van heroïne en het dichtknijpen van haar hals. Het slachtoffer was sinds begin mei 2005 opgenomen in een psychiatrische inrichting en had een injectiespuit gekocht om samen met verdachte zelfmoord te plegen.
Uit het onderzoek bleek dat verdachte en het slachtoffer samen heroïne hadden geïnjecteerd waarna zij in slaap vielen. Het slachtoffer werd later dood aangetroffen met tekenen van wurging en een hoge concentratie morfine in het bloed. De rechtbank achtte bewezen dat het overlijden het gevolg was van verstikking, een overdosis heroïne of een combinatie daarvan, waarbij verdachte het geweld op de hals had toegepast.
Psychiatrische deskundigen concludeerden dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was vanwege een persoonlijkheidsstoornis, maar wel strafbaar. De rechtbank legde een lagere straf op dan geëist vanwege de bijzondere omstandigheden en het feit dat verdachte niet goed weerstand kon bieden aan de doodswens van het slachtoffer.
De rechtbank kwalificeerde het bewezenverklaarde als levensbeëindiging op uitdrukkelijk en ernstig verzoek (art. 293 Sr Pro) en sprak verdachte vrij van de zwaardere tenlasteleggingen zonder dit element. De straf werd gematigd tot twee jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf wegens levensbeëindiging op uitdrukkelijk en ernstig verzoek.