ECLI:NL:RBARN:2006:AV2029
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rekening-courantvordering maakt pensioenaanspraak voor verwezenlijking vatbaar bij ontbinding BV
Eiser, die alle aandelen hield in een BV die per 1 januari 2001 werd ontbonden, had kort voor de ontbinding zijn pensioenaanspraak op de BV prijsgegeven. De Belastingdienst legde een navorderingsaanslag op waarbij het belastbaar inkomen uit werk en woning werd verhoogd met de waarde van deze pensioenaanspraak en daarnaast het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang werd verhoogd vanwege een geconstateerde uitdeling.
Eiser stelde dat de pensioenaanspraak niet voor verwezenlijking vatbaar was omdat de BV geen middelen had om aan de pensioenverplichting te voldoen, mede omdat de rekening-courantvordering van de BV op eiser was afgewaardeerd. De rechtbank volgde dit niet en stelde vast dat de rekening-courantvordering van € 88.640 een waarde vertegenwoordigde en daarmee de pensioenaanspraak nog voor verwezenlijking vatbaar was.
Verder oordeelde de rechtbank dat de vrijval van de pensioenvoorziening als een informele kapitaalstorting moest worden aangemerkt, waardoor de verkrijgingsprijs van de aandelen werd verhoogd. Dit leidde tot een vermindering van het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang tot € 9.438. De rechtbank verwierp het standpunt van de Belastingdienst dat revisierente intern gecompenseerd kon worden, omdat revisierente bij afzonderlijke beschikking moet worden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar voor zover het het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang betrof, en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang wordt verminderd tot € 9.438 en revisierente kan niet intern worden gecompenseerd.