ECLI:NL:RBARN:2006:AV8577
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep op fiscale eenheid omzetbelasting zonder beschikking en kosten verkoop deelneming
In deze zaak stond centraal of eiseres zich kon beroepen op het vertrouwensbeginsel naar aanleiding van een brief van de Belastingdienst en of zij in 2001 en 2002 recht had op vooraftrek van omzetbelasting over advieskosten bij de verkoop van een deelneming. Eiseres stelde dat zij onderdeel was van een fiscale eenheid met haar dochtervennootschap, wat recht op vooraftrek zou geven.
De rechtbank oordeelde dat de brief van de Belastingdienst van 25 juni 2003 een voldoende duidelijk voorbehoud bevatte voor een latere controle, waardoor het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen. Verder werd vastgesteld dat eiseres in 2001 een zuivere holding was en geen ondernemer voor de omzetbelasting, zodat zij niet tot een fiscale eenheid kon behoren. De enkele vermelding in een rapport van 2001 was onvoldoende om het bestaan van een fiscale eenheid aannemelijk te maken.
De rechtbank verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel en oordeelde dat het Besluit van 2004 niet op eiseres van toepassing was. De naheffingsaanslag omzetbelasting bleef dan ook in stand. De opgelegde boete van 10% werd vernietigd omdat sprake was van een pleitbaar standpunt en de situatie complex was. De rechtbank veroordeelde de Staat der Nederlanden tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting blijft in stand, de boete wordt vernietigd en de Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.