ECLI:NL:RBARN:2006:AW1889
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verbod op verkoop van niet-toegestane John Deere-machines in de EER
De vennootschappen Deere and Company en John Deere International GmbH vorderen in kort geding dat [gedaagde] wordt verboden om John Deere-producten te verkopen die zonder hun toestemming in de Europese Economische Ruimte (EER) zijn gebracht. Deere is rechthebbende op diverse Benelux-merken en voert aan dat [gedaagde] tweedehands machines rechtstreeks uit de Verenigde Staten importeert en verhandelt, wat een inbreuk op haar merkrechten vormt.
[Gedaagde] betwist de directe import uit de VS en stelt dat hij de machines van leveranciers binnen de EER betrekt, maar weigert deze leveranciers te noemen. De rechtbank acht de stellingen van Deere voldoende aannemelijk en oordeelt dat [gedaagde] in strijd handelt met artikel 13A lid 9 Benelux-Merkenwet door de niet-toegestane verkoop van Deere-machines.
De rechtbank wijst de vorderingen toe om [gedaagde] te verbieden deze producten te verkopen, te assisteren bij dergelijke verkoop en om binnen veertien dagen een door een registeraccountant gecontroleerde opgave te verstrekken van de betrokken producten en transacties. Tevens worden dwangsommen opgelegd bij niet-naleving. De vordering tot winstafdracht wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid in kort geding. De proceskosten worden aan [gedaagde] opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt [gedaagde] de verkoop van niet-toegestane John Deere-machines in de EER en legt dwangsommen op bij overtreding.