ECLI:NL:RBARN:2006:AZ1089
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot verlenging ontruimingstermijn bedrijfsruimte na vrijwillige ontruiming
De zaak betreft een huurder die sinds 1 mei 1996 een eenmanszaak exploiteert en een bedrijfsruimte, de Nieuwe Refter, huurde van de verhuurder. Na beëindiging van de samenwerking heeft de huurder de bedrijfsruimte vóór 11 februari 2006 feitelijk ontruimd en teruggegeven.
De huurder verzocht de kantonrechter om verlenging van de ontruimingstermijn op grond van artikel 7:230a BW, omdat hij meende dat hij een zwaarwegend belang had bij voortzetting van het gebruik. De verhuurder stelde zich niet-ontvankelijk op, stellende dat de huurovereenkomst bedrijfsruimte betreft als bedoeld in artikel 7:290 BW Pro, en dat de huurder de ruimte reeds had ontruimd.
De kantonrechter oordeelde dat artikel 7:230a BW een stelsel van ontruimingsbescherming biedt voor huurders die het gehuurde nog gebruiken. Omdat de huurder de bedrijfsruimte al feitelijk had ontruimd, kon hij geen beroep meer doen op deze bescherming. Het maakt daarbij niet uit of de ontruiming onder protest plaatsvond.
Daarom werd de huurder niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn en veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de kantonrechter op 25 oktober 2006.
Uitkomst: Huurder wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn omdat hij de bedrijfsruimte al vrijwillig heeft ontruimd.