ECLI:NL:RBARN:2006:AZ1240
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Waarde van woonboot met vaste ligplaats in belastingaanslag bevestigd
Eiser stelde beroep in tegen de vastgestelde waarde van zijn woonboot met vaste ligplaats, die door verweerder was vastgesteld op €312.000 op waardepeildatum 1 januari 2003. De woonboot is gebouwd in 1991, staal, 13,6 meter lang en 6,8 meter breed met twee woonlagen. Eiser betwistte de waarde en stelde een lagere waarde van €120.000 voor.
De rechtbank oordeelde dat de verkoop van een vergelijkbare woonboot uit 1997 te ver van de peildatum lag om als vergelijkingsobject te dienen, maar dat twee andere vergelijkbare woonboten voldoende aannemelijk maakten dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat verweerder een lagere waarde had erkend, omdat hiervoor geen bewijs was overgelegd.
Eiser voerde aan dat de ligplaats niet in de waardering betrokken mocht worden. De rechtbank volgde de uitleg dat de taxateur met de waardering van de ligplaats niet een afzonderlijke waarde wilde vaststellen, maar de waarde van de verwachting dat de woonboot op die plaats kan blijven liggen en gebruikt kan worden. Dit is geoorloofd en leidt niet tot een te hoge waardering.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de waarde van €312.000. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vastgestelde waarde van de woonboot werd ongegrond verklaard en de waarde van €312.000 bevestigd.