ECLI:NL:RBARN:2006:AZ2050
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting niet gerechtvaardigd wegens ambtelijk verzuim belastingdienst
Eiser heeft voor het jaar 2002 een bedrag aan lijfrentepremie afgetrokken van € 2.831, terwijl hij slechts € 1.036 had betaald volgens een gewijzigde verzekeringspolis. Verweerder, de Belastingdienst, beschikte voorafgaand aan het vaststellen van de primitieve aanslag over een renseignement van de verzekeringsmaatschappij waarin het lagere bedrag stond vermeld, maar heeft dit niet onderzocht. Pas in 2003 ontdekte verweerder bij een doelgroepcontrole dat het bedrag te hoog was opgegeven en legde daarop een navorderingsaanslag met boete op.
De rechtbank oordeelt dat het renseignement aanleiding had moeten zijn tot nader onderzoek en dat het nalaten daarvan een ambtelijk verzuim is. Dit betekent dat er geen sprake is van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt volgens artikel 16 lid 1 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen. De stelling van verweerder dat renseignementen in die periode vaak onjuist waren, wordt niet gevolgd omdat er hier wel een juist renseignement was.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de navorderingsaanslag en boetebeschikking, en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser. Tevens wordt het griffierecht vergoed. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep en cassatie worden ingesteld.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldig onderzoek door de Belastingdienst bij afwijkingen in aangiften en dat beleidsmatige keuzes om onderzoek niet te doen voor risico van de dienst komen. De zaak betreft een bestuursrechtelijke procedure over belastingnavordering en de toepassing van het begrip nieuw feit.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en boetebeschikking worden vernietigd wegens ambtelijk verzuim van de Belastingdienst.