ECLI:NL:RBARN:2006:AZ2867
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 18 Wet IB 1964 bij omzetting melkveebedrijf in BV zonder liquidatie
Eiser bracht per 1 januari 1999 zijn eenmansmelkveebedrijf geruisloos in een besloten vennootschap ([E] BV) in, waarbij de inspecteur een navorderingsaanslag oplegde omdat hij meende dat sprake was van liquidatie en staking van de onderneming. De rechtbank oordeelt dat de verkoop van onroerende zaken en het geleidelijk afbouwen van het melkquotum niet leidt tot liquidatie, aangezien de bedrijfsuitoefening op dezelfde locatie werd voortgezet en belangrijke bedrijfsmiddelen niet werden vervreemd.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie waarin liquidatie wordt gezien als het staken van de bedrijfsuitoefening en het verbreken van de samenhang tussen bedrijfsmiddelen. Een geleidelijke liquidatie staat volgens de rechtbank niet aan toepassing van artikel 18 Wet Pro IB 1964 in de weg, waarmee de geruisloze inbreng mogelijk blijft.
De navorderingsaanslag wordt vernietigd, het beroep gegrond verklaard en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank wijst erop dat het standpunt van verweerder onvoldoende is om artikel 18 buiten Pro toepassing te laten en dat de intentie tot liquidatie niet relevant is indien geen sprake is van daadwerkelijke liquidatie.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt vernietigd en het beroep van eiser wordt gegrond verklaard.