ECLI:NL:RBARN:2006:AZ5334
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.G. Smedema
- A.G. Broek-de Stigter
- J.P.M. Schwillens
- Rechtspraak.nl
Dienstweigering militair door weigering uitzending naar Afghanistan
Een militair werd aangeklaagd wegens het weigeren van iedere dienst, specifiek het niet willen deelnemen aan een uitzending naar Afghanistan in de periode van 1 februari tot en met 30 maart 2006. De militaire kamer oordeelde dat de militair opzettelijk en meerdere malen mondeling en schriftelijk had aangegeven niet mee te willen gaan, waarmee hij iedere dienst had geweigerd.
De verdediging voerde aan dat de strafbare periode pas begon vanaf de officiële ontslagbrief van 27 februari 2006 en dat de militair tot die tijd gewoon had gewerkt. Ook werd verminderd toerekeningsvatbaarheid aangevoerd vanwege ADHD en een persoonlijkheidsstoornis, alsmede afwezigheid van alle schuld door onwetendheid over de strafrechtelijke consequenties. Deze verweren werden door de militaire kamer verworpen, hoewel de militair verminderd toerekeningsvatbaar werd geacht.
De militaire kamer benadrukte het belang van generale preventie en het functioneren van de krijgsmacht, waardoor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend werd geacht. De persoonlijke omstandigheden van de militair, waaronder eerdere positieve uitzendingservaringen en het ontbreken van justitiële antecedenten, werden meegewogen, maar vormden geen reden om van strafoplegging af te zien.
De militaire kamer veroordeelde de militair conform de eis van de officier van justitie tot twee maanden gevangenisstraf. De beslissing is gebaseerd op artikel 139 lid 1 van Pro het Wetboek van Militair Strafrecht en andere relevante bepalingen. De uitspraak werd gedaan op 29 december 2006 na een zitting op 18 december 2006.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens weigering deel te nemen aan uitzending naar Afghanistan.