ECLI:NL:RBARN:2006:BB8120
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Linssen
- M.C.G.J. van Well
- A.M.F. Geerling
- Rechtspraak.nl
Belang en omvang van winstuitdeling bij voorlopige aanslagen inkomstenbelasting
Eiser, woonachtig in Canada en middellijk aandeelhouder van [A] BV, betwistte voorlopige aanslagen inkomstenbelasting over 1999 en 2000 die gebaseerd waren op een fiscale correctie wegens verzwegen omzet uit zwarte handel in bloembollen. De FIOD had in een strafrechtelijk onderzoek vastgesteld dat [A] BV zwarte omzet had gegenereerd die niet in de administratie was opgenomen, en dat eiser deze omzet als vermomde dividenduitdeling had genoten.
Verweerder stelde dat eiser geen belang meer had bij het beroep omdat de definitieve aanslagen onherroepelijk vaststonden, maar de rechtbank oordeelde dat het belang bij het aanvechten van de voorlopige aanslagen blijft bestaan omdat een vermindering daarvan leidt tot een lagere totale belastingschuld. De omvang van de winstuitdeling werd door verweerder aannemelijk gemaakt op basis van het FIOD-rapport, vervoersdocumenten, getuigenverklaringen en verklaringen van eiser zelf.
Eiser voerde aan dat de prijs per fust te hoog was vastgesteld, dat geen rekening was gehouden met kosten en dat een deel van de omzet aan zijn broer toekwam. Deze stellingen werden niet met verifieerbare gegevens onderbouwd en konden hem niet baten. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting over 1999 en 2000.