ECLI:NL:RBARN:2007:AZ8017
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Strijdigheid Wet BPM met vrijheid van vestiging en diensten binnen de EU
Eiser, een in Nederland woonachtige vennoot en directeur van een in Duitsland gevestigde onderneming, gebruikte een door die onderneming ter beschikking gestelde auto in Nederland. Verweerder legde een naheffingsaanslag BPM en een boete op omdat eiser de auto in Nederland gebruikte zonder BPM te betalen.
De kern van het geschil betrof de vraag of artikel 1, vijfde lid, van de Wet BPM juncto artikel 3 van Pro het Uitvoeringsbesluit BPM in strijd is met de artikelen 10, 43 en 49 van het EG-Verdrag. De rechtbank oordeelde dat deze bepalingen een belemmering vormen van de vrijheid van vestiging zoals neergelegd in artikel 43 EG Pro-Verdrag, doordat eiser niet onbeperkt gebruik kon maken van een door zijn in een andere lidstaat gevestigde onderneming ter beschikking gestelde auto.
De rechtbank stelde vast dat verweerder geen dwingende redenen van algemeen belang had aangevoerd die deze belemmering konden rechtvaardigen. Het evenredigheidsbeginsel behoefde daarom niet nader te worden onderzocht. Gelet hierop verklaarde de rechtbank het beroep van eiser gegrond, vernietigde de naheffingsaanslag en boetebeschikking en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak werd gedaan op 2 februari 2007 door de rechtbank Arnhem, sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM en boetebeschikking worden vernietigd wegens strijd met artikel 43 EG-Verdrag.